Posts tonen met het label Z.E. Kardinaal Eijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Z.E. Kardinaal Eijk. Alle posts tonen

woensdag 18 december 2019

Kardinaal Eijk: Contra assistentie bij zelfmoord.

Van de Catholic Herald

Een priester moet duidelijk aan een persoon zeggen die kiest voor geassisteerde zelfmoord of euthanasie dat hij een zware zonde begaat, zei de Nederlandse Kardinaal aan CNA.

Om diezelfde reden kan een priester niet aanwezig zijn als euthanasie of hulp bij zelfmoord wordt gepleegd. Dat zou immers kunnen geïnterpreteerd worden dat de priester er geen problemen in ziet in zo een beslissing of zelfs 'dat men volgens de leer van de Kerk zou denken dat het niet in alle omstandigheden moreel onaanvaardbare handelingen zijn'.

Als geneesheer, voor zijn roeping, schreef kardinaal Eijk een doctorale dissertatie in de jaren 1980 over de euthanasie-wetten. Hij moet een kudde leiden die zich bevindt in een van de landen met de meest liberale euthanasiewetten ter wereld.

Kardinaal Eijk legde uit aan CNA dat 'een priester zeer duidelijk moet maken aan hen die kiezen voor geassisteerde zelfmoord of voor euthanasie dat deze handelingen de intrinsieke waarde van het menselijke leven ontkennen, en een zware zonde zijn.'

De kardinaal sloot de mogelijkheid van spirituele begeleiding niet uit. Toch benadrukt Eijk dat een 'priester niet aanwezig mag zijn bij euthanasie of geassisteerde zelfmoord'. Door aanwezig te zijn zou de priester kunnen suggereren dat de priester de beslissing steunt, of zelfs dat euthanasie en geassisteerde zelfmoord niet in alle omstandigheden moreel onaanvaardbaar zou zijn.

Kardinaal Eijk maakte een onderscheid tussen euthanasie en geassisteerde zelfmoord. Hij zei dat 'bij geassisteerde zelfmoord, neemt de patient de pillen die de dokter hem intentioneel heeft voorgeschreven om zelfmoord te plegen. En dan is er euthanasie, waarbij de dokter zelf de producten toedient die een einde maken aan het leven van de patiënt, op zijn verzoek. Niettemin zijn de verantwoordelijkheden voor de patiënt en de dokter dezelfde'.

Kardinaal Eijk zegt dat de 'verantwoordelijkheid van de patiënt is even groot voor zowel geassisteerde zelfmoord als euthanasie omdat hij zelf het initiatief neemt om zijn leven te beëindigen, en dat blijft hetzelfde of hij nu zelf zijn leven beëindigt of dat de dokter het voor hem doet.'

De dokter zijn ook in beide gevallen even verantwoordelijk, zei de kardinaal.

Door euthanasie uit te voeren, beschadigt de dokter rechtstreeks de waarde van het leven, wat een intrinsieke waarde is. Door mee te werken aan geassisteerde zelfmoord, ageert de dokter volgens de wil van de patiënt, en dat betekent dat hij ook de intenties van de patiënt deelt. Daarom, is ook de minste coöperatie daarin een intrinsieke kwade handeling, even erg dan indien de arts het leven van de patiënt zelf zou beëindigen.'

Kardinaal Eijk begreep dat 'geassisteerde zelfmoord misschien psychologisch minder zwaar is voor de arts. Maar er is geen significant moreel verschil tussen de twee.

Kardinaal Eijk sprak ook over een eventuele begrafenis van mensen die kozen voor geassisteerde zelfmoord of euthanasie.

'Als de patiënt de priester vraag om hem de sacramenten toe te dienen (biecht of ziekenzalving) en een begrafenis plant voordat de arts zijn leven beëindigt op zijn vraag of zelfmoord pleegt, dan kan de priester niet meewerken' zei Kardinaal  Eijk.

Hij voegde eraan toe dat er drie redenen zijn voor dit verbod.

Op de eerste plaats omdat 'een persoon alleen de sacramenten kan ontvangen als hij in staat van genade is, en dat is hij niet indien hij van plan is om zich te verzetten tegen de orde van de schepping, en de intrinsieke waarde van het leven wil schenden'.

De tweede reden is dat de persoon die ' de sacramenten ontvangt zijn leven legt in de barmhartige handen van God. Daarentegen, wie zijn eigen leven wil beëindigen neemt zijn leven in zijn eigen handen'.

Ten derde is het zo dat 'als de priester de sacramenten toedient of een begrafenis plant in deze gevallen, dan maakt de priester zich schuldig aan een schandaal, want hij geeft de indruk dat zelfmoord of euthanasie in sommige gevallen toelaatbaar zouden zijn'.

Eijk legde uit dat in sommige omstandigheden een priester een begrafenis kan voorgaan als een persoon stierf door geassisteerde zelfmoord of euthanasie in enkele omstandigheden, maar zelfmoord is steeds ontoelaatbaar.

'Sinds mensenheugenis deden priesters begrafenissen voor personen die zelfmoord pleegden of euthanasie in het geval van depressie of andere psychiatrische ziektes. De vrijheid van de mensen is verminderd, door de ziekte, en dan kan het beëindigen van het leven beschouwd worden als geen hoofdzonde'.

De priester moet dus 'zorgvuldig oordelen of het hier gaat over een geval met verminderde vrijheid. In die gevallen kan een begrafenis opgedragen worden.

Om de pro-euthanasie trend te bevechten, moet de Kerk duidelijk aankondigen dat God de mens maakte naar zijn beeld in heel zijn totaalheid, in ziel en lichaam. De constitutie Gaudeum et Spes van het tweede Vaticaanse Concilie beschreef het menselijk wezen als een eenheid van ziel en lichaam. Dat betekent dat het lichaam een essentiële dimensie is van het menselijk wezen en deel is van de intrinsieke waarde van de mens. Dus is het niet toelaatbaar dat het menselijk leven wordt opgeofferd om pijn te bestrijden.

De kardinaal zei ook dat palliatieve zorg een positief antwoord is, en de Kerk benadrukt vaak dat palliatieve zorg moet geboden worden en er zijn vele religieuze en christelijke groepen die zich inzetten voor palliatieve zorg in gespecialiseerde centra.

Eijk zie ook dat de pro-euthanasie trend in het westen moet bestreden worden en de Kerk moet 'iets doen tegen eenzaamheid'. De parochies zijn vaak verwelkomende gemeenschappen waar mensen sociale banden hebben en voor elkaar zorgen. In de hyperindividualistische hedendaagse maatschappij is de mens vaak allen. Er is een grote eenzaamheid in de Westerse wereld. '

De Kerk 'spoort aan om gemeenschappen te vormen om mensen niet alleen te laten. Een mens die leeft in eenzaamheid, die aandacht tekort komt en de zorg van anderen, kan moeilijker pijn verdragen' zei de kardinaal.

Eijk voegde eraan toe dat de Kerk ' de christelijke spiritualiteit aankondigt en een geleefd geloof. Dat betekent dat je ook kan deelnemen aan het lijden van Christus en de pijn met hem dragen. Zo, zijn we nooit alleen.'






zaterdag 18 mei 2019

Dank U, Kardinaal Eijk! 'Wat Waarheid is op plaats A, kan niet zondig zijn in plaats B'

Interview van Kardinaal Eijk met Jeanne Smits; te vinden op LifeSiteNews.com en reinformation.tv


eigen vertaling.



Interview: Z.E. Willem Kardinaal Eijk antwoordt vragen over de crisis in de Kerk, de geloofsafval.
 Kardinaal Willem Eijk is op dit moment een van de meest uitgesproken verdedigers van de eeuwenoude Katholieke leer in de Kerk. Hij vroeg herhaaldelijk om ‘duidelijkheid’ van Rome, en van de paus, zowel als het gaat over de interpretatie van Amoris Laetitia als over andere punten zoals intercommunie in de katholiek Mis voor sommige protestantse gelovigen.

De Kardinaal bespreekt in een lang interview met LifeSiteNews wat hij in zijn bisdom heeft gedaan om de Duitse push voor intercommunie tegen te gaan, hoe het geloof herontdekt wordt en geleefd wordt in een nieuwe generatie in Nederland, hoe hij nog steeds verheldering vraagt van Paus Franciscus over de verwarring rond de Pauselijke Exhortatie Amoris Laetitia, hoe de rozenkrans en Fatima een rol speelt in zijn leven, waarom hij ad orientem de Mis viert, en waarom herders de plicht hebben om het geloof in al zijn volheid en duidelijkheid te verkondigen, ook over onderwerpen als de realiteit van de hel voor mensen die God verwerpen.



Interview met Jeanne Smits.
Lifesite: Uwe Eminentie, ik was geraakt door uw artikel dat verscheen in de National Catholic Register en La Nuova Bussola Quotidiana in mei 2018. U sprak daar over de suggestie van communie aan protestantse echtgenoten van Katholieke gelovigen. U wees op de verwarring die dat zou meebrengen. Sindsdien is de situatie geëvolueerd: heeft u bijvoorbeeld informatie gehad over koppels die vroegen om van zo een mogelijkheid gebruik te maken, of dat die suggestie op sommige plaatsen wordt toegepast?
 
Kardinaal Eijk: Ik reageerde op dat document van de Duitse bisschoppenconferentie met een specifieke reden. Het is zo dat we in ons bisdom bij grotere ceremonies, de aandacht hebben getrokken op het feit dat alleen mensen die in volle verbondenheid met de Katholieke Kerk leven, communie kunnen ontvangen. De anderen kunnen naar voor komen, met de armen voor zich gekruist om een zegen te ontvangen. We zeggen ook: ‘Je kan ook rustig blijven zitten, en vanop uw plaats u verenigen met God in een stil gebed’. We publiceren die tekst ook in boekjes voor ceremonies, bijvoorbeeld bij priesterwijdingen of vormsels … In vele plaatsen zien we dat mensen dat ook zo aanvaarden. Overal zien we mensen naar voor komen met hun handen gekruist; vaak zijn het prostestanten die gehuwd zijn met Katholieken. Die mensen zijn zeer gelukkig met die zegening. Ze waarderen het dat ze ook naar voor kunnen komen en net als anderen, iets ontvangen. Toen de concept tekst van het voorstel van de Duitse bisschoppenconferentie uitkwam in de media, besloten mijn hulpbisschoppen en ikzelf dat dat idee wel eens ons land zou kunnen bereiken. Daarom wilde ik nog eens heel duidelijk maken wat de Kerk leert over intercommunie. Dat artikel ging de wereld rond: het verscheen in het Engels, maar ook in het Italiaans in La Nuova Bussola Quotidiana Christiana. En zo heeft het een groot aantal mensen bereikt.



In dat artikel, sprak ik trouwens niet enkel over intercommunie, maar ook over het feit dat 2 kardinalen, die ik niet bij naam noemde, ook argumenteerden voor een zegening van ‘zogenaamde homohuwelijken’.
Naar aanleiding van deze concepttekst van de Duitsers over intercommunie, en omwille van het expliciete pleidooi van kardinalen voor de zegening van homorelaties, vroeg ik de Paus om helderheid, gewoon door de documenten van het Kerkelijk magisterium te herhalen.

Tot op de dag van vandaag blijft de situatie onveranderd. Er was geen reactie, alvast niet publiekelijk. En dat betekent dat er nog steeds veel verwarring blijft bij Katholieken over deze materies. Dat kunnen we op vele wijzen zien. En dat betreur ik ten zeerste, omdat ik van duidelijkheid hou.
 
Lifesite: U gebruikte uitzonderlijk duidelijke woorden. U sprak over ‘een apostasie binnen de Kerk’. Kan u uitleggen wat u daarmee bedoelt?

Kardinaal Eijk: Ik herhaalde nummer 675 van de Catechismus van de Katholieke Kerk. Omdat er kardinalen zijn die pleiten voor zegening van homosexuele relaties, verwees ik naar die paragraaf van de cathechimus als waarschuwing. Daar staat dat net voor de apocalyps, er stemmen zullen opgaan binnen de Kerk zelf, en dat zelfs bij de hoogste autoriteiten van de Kerk er divergente opvattingen zullen zijn over de Katholieke doctrine. Ik deed dat als een waarschuwing: laat ons erover waken ons niet in die situatie te komen. Ik moet zeggen dat tot mijn verbazing Kardinaal Müller het idee overnam: op 9 februari dit jaar, publiceerde hij een verklaring over de fundamentele elementen van het Katholieke geloof, waarbij hij ook verwees naar nummer 675. Het is ook opmerkelijk dat mijn interview en de volle quotatie ook werden overgenomen door bisschop Gänswein tijdens de presentatie van een boek van Rod Dreher The Benedict Option.




Dat alles bereikte heel wat mensen, en veel mensen zijn er ook over gaan nadenken. Op die manier, hoop ik dat meer en meer mensen in de Kerk hun mond gaan openen om duidelijkheid te creëren, omdat veel Katholieken – maar dat weet u zo goed als ik – echt verward raken.
 
LifeSite: Is het niet een probleem dat veel mensen in hoge posities zwijgen? Is die stilte niet de grote beproeving van deze tijd?

Kardinaal Eijk: Ja, maar ik wil eraan toevoegen dat, hoewel dit zeker de taak is van kardinalen en bisschoppen, priesters, dekens, leken en vrijwillligers in de parochie zeker ook die taak hebben. Over het algemeen hebben Katholieken wat vrees om te spreken over hun geloof in Christus en in de principes van de Katholieke doctrine. Onder Nederlandse Katholieken is die schuwheid erg groot. Dat heeft zeker te maken met de eeuwen na de reformatie waarin we gedwongen werden te zwijgen: het was moeilijk voor ons om onze standpunten openlijk te verkondigen. Hoewel we onze liturgie in schuilkerken konden beoefenen, moesten we dat met veel voorzichtigheid doen, en dat gedrag vinden we nog steeds bij veel Katholieken. Maar het is een trend die je ook kan zien in andere delen van de wereld.  
Zelf onder ouders … In hun leven, komen kinderen eerst hun ouders tegen, en dan pas een priester. Het is belangrijk dat ouders zeer duidelijk spreken over Jezus tegen hun kinderen, en ook over gebed en de grondslagen van het geloof.

We hebben hier in Utrecht iedere zondag om half een een H Mis in het Engels in de Kathedraal, die bezocht wordt door veel buitenlanders. We zien een hele groep van jonge mensen die hun kinderen meebrengen – die jonge mensen hebben vaak families – en zo is de Mis heel levendig, omdat van tijd tot tijd er kinderen rondrennen en schreeuwen en zo – het maakt niet uit. Maar deze kinderen, zelfs al begrijpen ze niet alles wat er wordt gezegd, zien al iets van het respect dat hun ouders hebben, bijvoorbeeld tijdens het Eucharistisch gebed en de consecratie, wanneer ze volledig stil zijn. Kinderen zien het, en weten dat wat je zo jong als kind van je ouders leert, dat vergeet je nooit. Wat we later leren, dat vergeten we soms … Daarom is die periode zo belangrijk om het geloof te leren. Dus is wil alle ouders aansporen om het geloof ten volle door te geven aan hun kinderen.


Ik moet natuurlijk ook zeggen, dat een van de oorzaken van het probleem is dat ouders zelf niet veel van hun geloof kennen. Ik zeg altijd – en heel wat priesters proberen daar ook wat aan te doen bij de voorbereiding op het doopsel – dat het nodig is om de ouders catechese te geven wanneer kinderen worden voorbereid op de eerste communie en het vormsel: het is nodig om de ouders ook te engageren. Er moet ook een catecheseprogramma zijn voor de ouders.

Ikzelf ging in Amsterdam naar de middelbare school in de tweede helft van de jaren 1960; ik begon in 1965. De eerste twee jaren kregen we een excellente catechese. De problemen startten in 1967-1968. De les godsdienst werd nog steeds door priesters gegeven, maar er werd over vanalles gediscussieerd behalve over geloof. Het waren debatsessies, we mochten roken, we spraken over abortus en Che Guevara, en ik weet niet over wat nog meer – alles wat op dat moment in het nieuws kwam. Geloof stond echter niet op de agenda. En dat was 50 jaar geleden. De generatie van hen die nu grootouders zijn hebben al zeer weinig geloofs-opvoeding gekregen. En dan, wat gebeurde er nog in de jaren daarna? Dus hebben we nu een enorme taak.

LifeSite: In januari 2018 vroeg u aan de Paus om een eind te maken aan deze verwarring over Amoris Laetitia en over de communie voor gescheiden en hertrouwde Katholieken. Vraagt u nog steeds om opheldering?
Kardinaal Eijk: Ja, heel zeker. Ik schreef een artikel, net voor de tweede synode over de Familie – ik was op allebei aanwezig – voor deelname aan een boek geschreven met elf kardinalen. Ik getuigde van het feit dat het al eeuwenoud is in de Kerk, en dat de doctrine zelf heel expliciet is, dat gescheiden personen die een nieuw burgerlijk huwelijk zijn aangegaan niet te communie kunnen gaan – omdat hij of zij niet in de juiste dispositie is -, evenmin als hij of zij in die situatie geen absolutie kunnen krijgen.

Nu is het zo dat Amoris Laetitia niet duidelijk stelt dat gescheiden en burgerlijk hertrouwde personen waarvan het kerkelijk eerste huwelijk niet is ontbonden, de communie kunnen ontvangen. Het zegt het niet met zo veel woorden. Maar op basis van enkele elementen en een voetnoot, menen sommigen dat ze kunnen afleiden dat het wel mag, dat het is toegestaan. En vandaag zien we bisschoppenconferenties die menen documenten te kunnen publiceren, die zeggen dat als een persoon een periode van begeleiding heeft gehad met een priester en onderscheiding hebben gemaakt, dan toch op een gegeven moment als gescheiden en burgerlijk hertrouwde persoon te communie kunnen gaan. Enkele bisschoppenconferenties hebben de zaken zo geregulariseerd, veel bisschoppenconferenties hebben helemaal niets gezegd, en andere zeggen precies het tegenovergestelde. Wel, wat waarheid is op plaats A, kan niet vals zijn in plaats B. Dat gaat tegen een van de principes van de filosofie, het principe van non-contradictie – wat iedere seminarist krijgt aan het begin van zijn filosofielessen: het is een basisprincipe van logica, van denken. Ja, ik denk dat het belangrijk is dat we dat duidelijk maken, dat mensen weten waar ze staan.
Lifesite: Maar de Paus is zelf achter de bisschoppenconferenties gaan staan met een liberale interpretatie.

Kardinaal Eijk: Ja, Maar hij deed dat in een brief aan de bisschoppenconferentie van Buenos Aires. Deze bisschoppenconferentie verklaarde dat na een tijd van begeleiding en onderscheiding met een priester, de mogelijkheid bestaat voor een gescheidene en burgerlijk hertrouwde persoon om toch de communie te ontvangen. De Paus schrijft in zijn brief dat dat de correctie interpretatie is. Maar, een brief van een Paus aan een bisschoppenconferentie is geen deel van het magisterium. Dat moet heel duidelijk zijn. Er is een duidelijk verschil tussen aan de ene kant, de opinie van de Paus op een gegeven moment, en zijn magisterium, namelijk de verklaringen die werkelijk behoren tot zijn leerautoriteit, het echte magisterium. En die brief hoort daar niet toe.

Maar dit alles geeft geen duidelijkheid. Daarom denk ik dat de Paus duidelijkheid moet verschaffen, in zake de doctrine, door een verklaring die zonder twijfel tot het Magisterium behoort. Ik zou zeggen: tot het gewone of authentieke magisterium. Het is duidelijk dat het hier niet gaat over buitengewone dogmas of uitdrukkingen, maar gewone uitdrukkingen van het authentiek Magisterium.
 
LifeSite: Ik hoop dat ik u niet beledig door dit te zeggen: Als Katholieken hebben we het recht om de waarheid te vragen van de Kerk. Dat is ook wat we bij een doopsel van de Kerk vragen. ‘Wat verlangt gij van de Kerk van God? – het Geloof’. Als verwarde Katholieken hebben we vaak de indruk dat bisschoppen en kardinalen doen alsof alles prima is en er geen verwarring is. Wat is in deze situatie de rol van de leken?

Kardinaal Eijk: Op de eerste plaats wil ik zeggen dat het niet alleen de gelovigen zijn die recht hebben op de waarheid, maar alle mensen. Jezus zendt ons uit om het Evangelie te verkondigen in haar geheel – ook de stukken waarin hij bevestigd dat een huwelijk een is en onverbreekbaar – aan alle mensen. Dus iedereen heeft recht op de verkondiging van het Evangelie. De mensen hebben het recht om in ieder geval de kans te hebben om Christus te ontmoeten en Hem te leren kennen. Dus dat moet zeker onze bezorgdheid zijn.
Wat kan je als gewone Katholiek doen? Wel, eigenlijk heel veel. Op de eerste plaats is er het gebed. Geloof is de kracht van het gebed is veel te zwak. Gebed is krachtig. Gebed heeft een uitzonderlijke kracht. Het is de Heilige Alphonsus Liguori boven allen die daar heel sterk op wijst in zijn spirituele geschriften, door onder andere te zeggen dat wie bidt nooit verloren zal gaan.

Er is ook het ontvangen van de sacramenten. Als we de Eucharistie vieren – zelfs als ik die opdraag in mijn eigen private kapel – dan doe ik dat niet voor mijzelf of voor de mensen die aanwezig zijn en de communie ontvangen. Ik doe dat voor de Kerk als een geheel, voor de bisdommen, voor de gemeenschap van gelovigen, en ook voor al degenen die niet geloven. En ook voor allen die niet aan de Eucharistie deelnemen, en zelfs niet dromen van eraan deel te nemen: we bidden voor hen allen. Het offer wordt ook voor hen opgedragen, en het heeft betekenis voor hen. Dus zou ik dagelijkse Mis aanraden aan de leken. En regelmatige biecht. En vasten en offers – in de advent en de Vasten, maar ook buiten die periode. Je kan altijd boete doen op vele manieren, en je kan het zeker voor anderen doen. Je kan ook alle lijden opdragen dat je tegenkomt, en het als het ware op de pateen bijplaatsen, zodat ze allen opgaan in het offer van Christus. Dit lijden kan ook geofferd worden tot heil van hen die in verwarring zijn, en gebed kan toegevoegd worden voor die mensen om het geloof te vinden.

Daarnaast is het buitengewoon belangrijk dat we als Katholieken ons geloof vrolijk en gelukkig beleven, met enthousiasme en moed. We moeten het publiekelijk duidelijk maken. En we moeten ons geloof ook in de praktijk brengen: we moeten onze parochie een diakonaal gelaat geven.
Mensen die ons kennen als praktiserende Katholieken moeten van ons gedrag zien wat Jezus van ons vraagt, in het bijzonder de preek van de berg, en we moeten die in praktijk brengen. Dat is wat de mensen van ons verlangen.

Vaak horen we mensen zeggen: ‘ik heb dit meegemaakt met Katholieken, of dat, en ik zag een priester die iets deed dat niet hoorde. Dat soort geloof wil ik niet meer’ Die reactie mag overdreven zijn, maar soms zijn mensen oprecht geshockeerd, en daardoor zijn ze van het geloof en van de Kerk losgeraakt. In al dat soort zaken dragen we een grote verantwoordelijkheid. Dat kunnen we niet genoeg op wijzen.

Het is ook belangrijk dat Katholieken goed geïnformeerd zijn. Als we in verwarring zijn, zijn er wegen om ons te informeren: bijvoorbeeld internetsites, ook buitenlandse, bisschoppelijke publicaties, wegsites etc. We publiceren een electronische nieuwsbrief waarop je je kan abonneren. Zo kan men geïnformeerd worden en er zitten veel elementen in over de basis van ons geloof. En dat is belangrijk: te lezen over het geloof, over het geloof leren zet een eind aan veel verwarring en zo kan je ook anderen helpen in hun verwarring.
LifeSite: u spreekt veel over gebed. Heeft u een bepaalde band met de Rozenkrans en de vragen van Onze Lieve Vrouw van Fatima?
 
Kardinaal Eijk: Eigenlijk was ik altijd meer betrokken op Onze Lieve Vrouw van Lourdes. Dat heeft te maken met de parochie waarin ik opgroeide, In Duivendrecht – een dorp aan de rand van Amsterdam. Daar was een priester die daar al 30 jaar was en die er gekomen was op het moment van de ergste polarisatie in de Kerk in Nederland. Hij kwam in augustus 1969 naar ons. Ik was er bij op zijn installatie-mis, en ik had een sterke band met hem. Bij voorbeeld was ik gewoon om mijn vakanties in de diaken-kamer van de pastorie door te brengen toen ik seminarist was, en ik heb goede herinneringen aan hem. Ik droeg ook zijn begrafenismis op in 2012. Hij leefde lang genoeg om te weten dat ik kardinaal zou worden gecreëerd, ook al overleed hij voor de creatie plaatsvond. Die priester nam me mee naar Lourdes- bij was een echte Lourdes-ganger.


Later ging ik vaak mee op verschillende pelgrimages van het bisdom Groningen als spirituele begeleider, toen ik daar bisschop was. Maar het is vooral het bisdom waar ik nu ben dat een sterke mariale spiritualiteit heeft: dat valt echt op. Iedere drie jaar, trekken we op een grote pelgrimage naar Lourdes. Tussen de 1300 en 1500 mensen gaan mee: voor ons aartsbisdom is dat een grote groep. Veel seminaristen hebben me verteld dat ze hun roeping ontdekten in Lourdes. Zo zie je hoeveel we de Maagd Maria schuldig zijn! Haar tussenkomst is ongelooflijk vruchtbaar …

Ik wist wat over de Maagd van Fatima natuurlijk, door wat ik gelezen heb, zeker met betrekking tot het derde geheim van Fatima over de aanval op Paus Johannes Paulus II in 1981. Maar mijn relatie tot haar werd intenser in 2017: toen was het de 100ste verjaardag van haar verschijning aan de kleine herders in de buurt van Fatima.

Ook wijdden we als bisschoppen van Nederland, onze bisdommen toe aan het Heilig Hart van Maria op 13 mei 2017: Dat deden we in de Basiliek van Maria Ster der Zee in Maastricht. Ik gaf zelf de homilie. En het was omwille van die homilie dat ik me helemaal moest onderdompelen in de geheimen van Fatima. En het eerste geheim, dat over de hel, daarvan denk ik dat het ook heel relevant is voor onze tijd. Dat is onze taak: dat we zorgen – omdat wij verantwoordelijk zijn om het Katholieke geloof aan te kondigen – dat de mensen niet in de hel geraken, en hen daarvoor waarschuwen. En we kunnen ons zeker serieus afvragen of we dat op dit moment voldoende doen. Want als we over de hel spreken, brengt dat zeker emoties naar voor. Maar het is onze taak om dat zo te doen.
Het tweede geheim gaat over de politieke situatie en gaat vooral over de 20ste eeuw: het einde van de eerste wereldoorlog, de Russische revolutie, en ook de aankondiging van de tweede wereldoorlog. Maria roept ons op te bidden voor vrede. Dat gebed is vandaag even belangrijk, want we leven in een erg onzekere wereld. De wapenwedloop, de nucleair wedloop dreigt opnieuw te beginnen. Natuurlijk kennen we sinds 1945 geen oorlog meer in Europa, maar we bidden en hopen dat het zo blijft, maar we moeten blijven bidden, want de mens is een onvoorspelbaar wezen – ook wijzelf. Tijdens die homilie heb ik gewerkt op de geschiedenis van Onze Lieve Vrouw van Fatima, en dat uitgelegd.
We vroegen ons toen als bisschoppen van Nederland af of de mensen wel zouden komen. Maar de kerk zat al overval een uur voor de aanvang. De reactie op dit initiatief was extreem positief.

Vorig jaar namen we als bisschoppen het initiatief tot een Jaar van de Rozenkrans, dat nu is afgelopen. Al de bisschoppen van Nederland, en ook mijn hulpbisschoppen, namen deel: We hebben de rozenkrans gebeden samen met het gelovige volk op verschillende plekken in ons bisdom, voor of na de Mis, als deel van aanbidding of op andere wijze. Ik heb het bijvoorbeeld gedaan in de Basiliek van het Heilig Kruis in Raale: een enorme prachtig mooie kerk, het lijkt een kathedraal. We hebben de rozenkrans gebeden om 18.30 uur met daarna de Mis voor Allerheiligen om 19 uur. Ik dacht bij mezelf: zo een plechtige Mis op een weekdag in Nederland – dat is een feest dat we lang op de dichtstbijzijnde zondag hebben gevierd, en dat nu terug naar de eigenlijke datum is geplaatst – zou dat wel wat volk trekken? Wel, er was echt wel volk. En wat me verbaasde, en ook wel een goed gevoel gaf, is dat om 18.30 uur de meeste mensen al aanwezig waren, en actief mee de rozenkrans baden. En ik dacht bij mezelf: ‘Dus jullie zijn het ook gewoon om de rozenkrans te bidden’! En het was een best grote groep. Dus de rozenkrans is nog levendig in Nederland.
Ik heb ook een editoriaal in ons bisdomblad aan de rozenkrans gewijd. Ik schreef: weet je niet hoe je moet bidden? Wel, neem gewoon een rozenkrans bij de hand. Het is een erg eenvoudig gebed. Iedereen kan het leren (want, laat ons eerlijk zijn, niet iedere Nederlandse Katholiek kent het Onze Vader en het Weesgegroet nog, ook al kennen de meesten het wel nog). Maar het is een diepzinnig en meditatief gebed. Als we de hele rozenkrans bidden, met alle mysteries, overwegen we het hele leven van Jezus Christus, en eindigen met de Ten Hemelopneming van Maria in de hemel, met lichaam en ziel, en haar kroning. Zo kijken we naar het leven van Jezus, we overwegen het, bekijken het door de ogen van Maria, wat veel waarde toevoegt aan de overweging van het leven van Jezus – met haar eigen ogen, met haar eigen hulp, met haar tussenkomst.

Niemand anders dan Maria kan ons bij de hand nemen bij het gebed. Zij is de figuur van de Kerk, zo zegt het tweede Vaticaanse Concilie. We zouden allemaal zoals zij moeten worden: haar ‘Fiat – Zie de dienstmaagd van de Heer, laat mij geschieden naar Uw woord’ – is een ‘Fiat’ dat niemand van ons simpelweg kan zeggen omdat wij niet vrij zijn van zonde zoals zij was. Nogmaals, zij is het mooiste voorbeeld, ook in gebed, en dat is waarom het zo goed is om te bidden in eenheid met haar.
Paus Johannes Paulus II zei dat het voor hem het mooiste gebed was dat er is. Hij had vele moeilijke momenten in zijn leven: het overlijden van zijn broer en zijn vader toen hij nog jong was; zijn gevangenschap tijdens de oorlog; hij was dwangarbeider in de zoutmijnen. Later toen hij bisschop was in Polen, luisterde de KGB zijn biechtstoel af. En hij zei dat door al deze tijd hij tot Maria bad met de rozenkrans, en dat hij van haar buitengewone hulp kreeg. Ook dat vermeldde ik in mijn editoriaal. Ik denk dat we over dit onderwerp veel kunnen leren van de Poolse Paus.

LifeSite: Hoe kwam het idee van de toewijding van Nederland aan het Heilig Hart van Maria tot stand?
Kardinaal Eijk: Dat was besproken in de bisschoppenconferentie. Een aantal bisschoppen wilde dat heel graag. Uiteindelijk gingen alle bisschoppen mee in dat idee. Dus het kwam gewoon ter sprake tijdens de bisschoppenconferentie. Als ik naar Rome reis als bisschop, denken mensen vaak als ze me zien: ‘daar loopt een modernist’; Omdat we in de jaren 60 en 1970 de naam hadden van een uitzonderlijk progressieve bisschoppenconferentie. Maar dat zijn we helemaal niet meer. Het voorstel was er op de bisschoppenconferentie, toevallig door een van mijn hulpbisschoppen en het werd overgenomen door de andere bisschoppen.

LifeSite: Hoe staat het met de religieuze praktijk in Nederland, en met het geloof zelf? Dat is eigenlijk dezelfde vraag als die met relatie tot de catechismus: U zei dat veel mensen die nu 50 of 60 jaar zijn eigenlijk niet veel weten over het geloof. Is er verandering gekomen in het onderwijs van de catechismus voor de kinderen?
Kardinaal Eijk: Ja, er is een omslagpunt geweest. Zoals ik zei brak de crisis uit toten ik student was aan de middelbare school in Amsterdam, tussen 1965 en 1971. In 1965 gingen allen die met mij studeerden aan de Katholieke school, nog naar de Mis op zondag met hun ouders. Dat was iets waar zelfs geen discussie over bestond. In 1971, in mijn laatste jaar waren we nog maar met 2 die naar de Mis gingen. Zo zie je hoe snel het allemaal veranderde. Een hele generatie jongeren zou ten oorlog getrokken zijn alleen maar om niet op zondagmorgen naar de Mis te moeten. Ze besloten dat en masse: ‘we gaan niet langer, we gaan niet meer naar de Kerk.’ Vergeet niet dat zij vandaag grootouders zijn. Ze gaven het geloof niet door aan hun kinderen, laat staan aan hun kleinkinderen. Dat is de situatie van vandaag. Het aantal Katholieken laat dat ook zien. In het jaar 2000, waren er nog 5 miljoen Katholieken in Nederland. Tegen 2015 waren we nog maar met 3.8 miljoen; dat toont aan hoe snel het aantal daalt. Oudere Katholieken sterven; en vandaag laten zelf Katholieke ouders hun kinderen in minder dan 50% dopen. Het is zo onmogelijk dat het aantal Katholieken niet nog verder zal dalen. Volgens statistieken gaan ongeveer 17 % van de Katholieken zo af en toe eens naar de kerk. Dat kan bijvoorbeeld bij een begrafenis zijn, omdat men toevallig iemand kent, en dan gaan ze. Maar als we kijken naar de echte deelname aan de Zondagsmis, dan komen we maar aan 4 of 5 %.

Toen ik bisschop van Groningen werd, kwam de directeur van het KASKI – een onderzoeksinstituut in Nijmegen dat statistieken bijhoudt van de Katholieke praxis – naar me toe: hoe vaak gaan mensen naar de Mis, het aantal doopsels en vormsels, etc.  Hij deed ook jarenlang onderzoek voor andere Christelijke kerken. Wel die directeur kwam naar me toe – het was eind 1999 of het begin van 2000 -  en zei: ‘Ik moet u iets vertellen, en het is een ijzeren wet: iedere 10 jaar, daalt de religieuze praktijk met 40%’. En dat is waar. Als ik kijk naar het aantal vormsels dan zijn die in de 11 jaar dat ik nu aartsbisschop van Utrecht ben sinds 2008 ongeveer gehalveerd. En hetzelfde is waar voor de eerste communies, etc. Het is een trend die vaststaat.
We worden een erg kleine Kerk, maar er zijn ook tekenen van hoop. En een belangrijk teken van hoop is dit: als we jonge Katholieken zien in de Kerk, dan gaan ze er voor de volle 100% voor. Ze bidden persoonlijk, ze hebben een persoonlijke relatie met Christus, en aanvaarden vaak de volledige leer van de Kerk. Hun aantal is niet groot, maar zij zijn de gist voor de toekomst. Dat is wat ik hoop. En ik denk dat het ook belangrijk is dat we eerst de situatie in de Kerk herstellen – daarmee bedoel ik dat de gelovigen hun geloof terug moeten kennen. We moeten instaan voor de goede vorming van die kleine minoriteit, het volk dat rest: Het moet het geloof leren kennen en een echte persoonlijke relatie met Christus ontwikkelen, want alleen als dat gebeurt kunnen we onszelf ten volle bezighouden met re-evangelisatie, dat is onze grote missie. Het Evangelie, denk ik, is er voor iedereen – maar eerst moeten we nu schoon schip maken in eigen huis.

LifeSite: Is er een goede catechesemethode voor jongeren in Nederland?
We gebruiken de Youcat. Ik weet dat er heel wat kritiek op is, ook omwille van een verkeerde vertaling in een bepaalde taaleditie -  misschien was het wel een opzettelijke fout, wie weet? Zo was er een vertaling die meldde dat de Kerk in bepaalde situaties contraceptie toeliet. Die zegt ook dat alle mensen gered worden in Christus: de doctrine van universele redding. Ja, het is zeker zo dat Christus allen wil redden, maar je moet jezelf er ook voor open stellen. Dus er is zeker een voorwaarde voor, en de redding komt niet automatisch. Je moet echt voor Christus kiezen.

Als bisschoppen van Nederland – vooral het bisdom Roermond maar ook mensen uit het aartsbisdom werkten mee – hebben we een vormingscursus opgezet, Licht op je pad: Het is een catechesecursus van je 4 tot 18 jaar en kan zowel in de parochie als school gebruikt worden. Degenen die de hele cursus doen zijn volledig gevormd in het Katholieke geloof, ik kan het u verzekeren. Maar het is niet gemakkelijk om jongeren bij elkaar te brengen
De meeste parochies zorgen tegenwoordig zelf voor de voorbereiding op de eerste communie en het vormsel, en laten het niet langer aan scholen over. Tot mijn grote vreugde mag ik zeggen dat na 20 jaar als bisschop, ik gezien heb dat de kennis van de kandidaten voor het vormsel toeneemt zowel wat dit sacrament betreft en wat de Heilige Geest in hen teweeg brengt. Ik ontmoet de kandidaten altijd, ofwel hier op het bisdom waar ik hen wat elementen laat zien van het bisschopsleven, of net voor de viering in de parochie, en ik spreek met hen. Die discussies zijn altijd wat korter in de parochies – meestal moeten ze me komen halen en op de schouders tikken dat het tijd is om me om te kleden voor de ceremonie, want eens we met een discussie beginnen wordt het heel levendig en meer enthousiast, en de kinderen stellen vragen. Dat zijn vaak heel goede ontmoetingen. Ik merk dat onder de kandidaten die overblijven, de kennis van het geloof toeneemt. We moeten de moed niet opgeven, we moeten verder gaan.

De priester die me hielp op mijn pad van mijn roeping – en aan wie ik eeuwige dankbaarheid schuldig ben – zei me: ‘Wim, jij moet volhouden: dat is de deugd van doorzettingsvermogen (perseverentia)’. Hij zei me dat de meeste mensen dat niet aankonden: ‘Als je volhoudt, zal je zien dat je wint’. Hij zelf had heel wat obstakels – ik weet niet hoeveel – om te overwinnen. Hij weigerde een salaris, hij leefde in grote armoede, samen met een huishoudster, en zo kan hij zijn kerk restaureren. Hij was degene die het overeind hield, en ze is er nog. Er zijn nog vele kerkgangers daar en is omringd door een levendige geloofsgemeenschap. Dat is ook dankzij de vele immigranten die zoveel meer geloven dan ons Nederlandse volk.

Dat zal ik nooit vergeten. Blijf doorgaan. Ga verder. Ga uit en verkondig het geloof.
En je kan zien dat er niet alleen neergang is in de Kerk van Nederland. Het is zeker zo dat de aantallen dalen, maar ik zeg soms: de kwantiteit is constant aan het dalen, maar de kwaliteit neemt toe. Ik startte als kapelaan in Venlo Blerick in 1985: toen waren er nog volle kerken, zeker op de zaterdagavond om 19 uur en zondagmorgen om 11 uur, maar er waren veel mensen die het niet eens waren met mijn preken. Dat zie ik vandaag niet meer. Als ik de Mis opdraag op zondagmorgen, wordt dat vaak gevolgd door koffie met de parochianen. Het is zeer zeldzaam geworden dat mensen me zeggen dat ze het niet eens zijn met mijn preek. Ik zie dat er veel meer eenheid is gekomen. Met andere woorden de gemeenschap is kleiner geworden, maar ook sterker. De persoon die je tegenkomt is niet iemand die besloten heeft om niets meer te doen, of die zegt, ‘wat voor zin heeft het’? Ik voel met goed, ik heb een vurig geloof, en ik geloof in de kracht van de Heer: Hij overwint. Christus vincit. Niet wij, maar Hij is ons.

LifeSite: op liturgisch vlak, heb ik ergens gelezen dat u de Mis opdraagt ad orientem in de kapel van uw aartsbisschoppelijk paleis. Waarom?
Kardinaal Eijk: Een journalist die steeds kritisch over me spreekt, heeft zelfs geschreven dat zelfs dat niet klopte, want dat het altaar naar het noordwesten staat. Waarom werden de kerken vroeger ad orientem gebouwd? We keren ons naar het oosten, waar de Zon van Gerechtigheid, Christus, opstaat. Maar uiteindelijk maakt het niet uit: de kerk kan ook in een andere richting staan. Met de woorden ad orientem, bedoelen we eigenlijk dat we de Mis opdragen naar Christus gekeerd. Iemand anders schreef dat ik nu de Mis met mijn rug naar het volk opdroeg. Neen, ik draag de Mis niet op met mijn rug naar het volk, ik draai mijn gelaat naar Christus, naar het tabernakel, zodat iedereen in de kerk of kapel naar Christus is gekeerd.

Het begon eigenlijk met een heel praktische reden. De kapel is neogotisch, maar het hulpaltaar dat in de 1960s was geïnstalleerd was een renaissance-tafel – voor de kunstkenner, en het was daar duidelijk niet op zijn plaats. En dat altaar was ook erg laag, wat niet gemakkelijk is voor de celebrant, zeker niet als je ouder wordt. Ik heb nu een bifocale bril, en dan wordt lezen moeilijker. Het is vreemd.
Dus er was een kunstzinnige reden, een artistieke reden om te zeggen dat het hulpaltaar niet ‘paste’; een praktische reden: het was te laag; en er was ook een derde reden. Het hoogaltaar van de kapel is gemaakt met een heel mooi bewerkt paneel dat de heilige bisschoppen van Utrecht voorstelt: Wilibrord en anderen. Het is een altaar dat er was voordat dit gebouw het aartsbisschoppelijk paleis werd – de kapel werd daarbij gebouwd. U weet dat in Nederland het pas terug in 1853 mogelijk werd om een bisschoppelijke hiërarchie te hebben, maar de aartsbisschop van Utrecht moest nog een bescheiden profiel houden, en een beetje onder de radar blijven in deze orthodox protestantse stad. Hij had geen aartsbisschoppelijk paleis maar een leefde in de pastorij van de kathedraal. Je kan daar nog de kamer zien waar hij leefde, met een box bed. Daar had hij een private kapel waarin dit hoogaltaar was gezet. Het hulpaltaar, hoort daar helemaal niet bij, en blokkeerde het zicht van de gelovigen op dit hoogaltaar met haar mooie panelen. Er waren dus een serie van praktische redenen waarom ik liever aan het hoogaltaar celebreer.

Ik heb dat enkele maanden gedaan, totdat de kapel werd gerestaureerd, en ik was heel tevreden. Samen met het volk keren we ons echt naar Christus. Ik celebreer niet langer met mijn rug naar Christus maar kijkend naar Christus, die aanwezig is in de Eucharistie in het tabernakel. Wat mij betreft mag het overal zo gedaan worden, maar het kan natuurlijk niet opgelegd worden want het tweede vaticaanse concilie liet een volksaltaar toe, en er zijn ook praktische redenen: in sommige kerken zou het onmogelijk zijn. Maar ik denk dat het een hele mooie manier van vieren is. Ik vind het verrijkend.
LifeSite: Denkt u dat er een verband is tussen de cultuur van de dood en de dood van de cultus?

Kardinaal Eijk: Ja, dat verband bestaat zeker. Waarom werd Nederland zo snel geseculariseerd, en was het de voorloper van de Europese landen wat dat betreft? Dat komt door de groei van rijkdom – als een komeet sinds de jaren 1960. En wat was het resultaat? Succesvolle mensen konden leven zonder afhankelijk te zijn van anderen, ze werden individualistisch, en dat gebeurde ook. We leven in een hyperindividualistische cultuur. Mensen doen weinig samen, tenzij het nodig is, bijvoorbeeld bij een sportvereniging of wanneer verschillende mensen samen voor een gezamenlijk doel strijden. Maar voor het overige, steunen we in hoge mate op onszelf; daar is een sterke trend van in onze cultuur.
Dus wat gebeurt er met de jonge individualist? Hij zet zichzelf op een voetstuk en ziet anderen als mensen rond hem, niet meer; hij moet zichzelf onderscheiden van de anderen – hij heeft niet alleen het recht om dat te doen, ook de plicht. En dat doet hij ook door zijn religieuze overtuigingen te kiezen, zijn levensvisie, zijn set van ethische waarden. De waarheid is dat in werkelijkheid de meeste mensen zich laten leiden door de publieke opinie, door wat ze zeggen in de media en op de sociale netwerken. Maar met het idee dat ze autonoom zijn.

Zo’n autonome individualist heeft geen nood aan iets wat hem overstijgt.

Hij heeft dat niet nodig in de maatschappij – de staat – en daarom laten velen het burgerlijk huwelijk voor wat het is en leven gewoon samen, en rechtvaardigen zich door: ‘het is onze relatie, niemand anders heeft er iets mee te maken?’ Dat is de consequentie van het individualisme.

Individualisme heeft God naar de rand gedrongen, als we niet al totale atheïsten geworden zijn. De meeste Nederlanders vandaag geloven al niet meer in een persoonlijke God. En als je niet gelooft dat er een persoonlijk God is die Schepper is, en in feite Vader voor ons allen, dan geloof je ook niet dat de mens geschapen werd in het beeld en gelijkenis van God. Autonome individualisten geloven dat ze zelf het recht hebben over hun leven en dood – door euthanasie, hulp bij zelfdoding – omdat ze dat alles niet meer nodig hebben, God niet meer benoemen. De opkomst van het individualisme, het verdwijnen van het Christelijke geloof of het verzwakken ervan, bij grote delen van de bevolking, zijn zeker gelinked aan de opkomst van de cultuur van de dood. Dat is zonneklaar, er is een direct verband.

LifeSite: Sommige Katholieken worden aangetrokken door andere Christelijke kerken – zoals bijvoorbeeld de Orthodoxe kerk – omdat er zoveel verwarring is in de Katholieke Kerk. Bijvoorbeeld zoals Rod Dreher. Hoe kunnen we daartegen vechten, voor onszelf en anderen?
Kardinaal Eijk: Dat gebeurde ook onder de Nederlands Katholieken, niet op massale manier, maar het gebeurde. In Nederland waren de pinksterkerken erg krachtig tot 1995. Veel Katholieken gingen er naar toe. Ik ontmoette ooit een man die Katholiek was maar dat hij naar de Vrije Liberale kerk was overgestapt. ‘Ik zeg u ook waarom. In mijn parochie spraken ze nooit over Jezus of de zin van het geloof gedurende 15 jaar, en toen ik begreep dat ze daar wel over spraken in de Vrije Liberale kerk, ben ik daar naartoe gegaan’ zo zei hij me. Het is een Kerk die in ernstige crisis is gedurende 15 jaar en in mijn opinie zal die man zeker nieuwe moeilijkheden ondervinden. De Katholieke parochie waar hij naartoe ging was een heel progressieve. In mijn opvatting was daar veel praat over het goede doen voor anderen, de klemtoon lag op de ‘diakonale actie’, maar er werd bijna niets meer over Jezus gezegd. Evenmin werd er gesproken over de essentie van het Katholieke geloof: het werd genegeerd. De man werd het geloof onthouden. Het is natuurlijk erg droef dat een persoon zijn Katholieke geloof opgeeft om bij een orthodoxe protestantse groep te gaan, omdat ze daar over Christus spreken. Maar om eerlijk te zijn, begrijp ik hem wel tot op zekere hoogte. Natuurlijk is wat hij deed verboden, het is iets dat je niet moet doen, en objectief gezien is het een zonde om de Katholiek Kerk te verlaten. Maar opnieuw, verwacht ik dat de Heer dat met veel barmhartigheid zal beschouwen omdat Hij weet dat wie het geloof in Jezus Christus moeten verkondigen vaak de taak niet aankunnen.

Gelukkig wordt de situatie beter door een nieuwe generatie van priesters. Maar de gedachte blijft in onze geest: Zou ik niet nog veel duidelijker moeten zijn? Helderder? Dat lijkt me van groot belang.
Er zijn ook Katholieken, vaak volkse mensen, die het bezoek hebben gekregen van Jehova’s getuigen. Ze nemen de bijbel heel letterlijk: het zijn mensen die van deur tot deur gaan en dus ook aan de deur staan van Katholieken die verward zijn. Die Katholieken kunnen denken: ‘Hey, maar dat is een echt geloof! Eindelijk horen we terug wat we vroeger thuis hoorden!’ Dat er ook grote verschillen zijn, dat realiseren ze zich niet, of ze denken: ‘dat kan allemaal waar zijn, want het klinkt meer als ons geloof dan we in de kerk horen.’ Ja, zo zijn er gevallen geweest. Ik denk dat die trend niet meer sterk is, maar het is lang zo geweest van de 1960s tot de 1990s.

LifeSite: In verband met de huidige staat van verwarring: hoe denkt u dat de Kerk vandaag hervormd kon worden? Hoe kunnen de autoriteiten dit herstellen?
Kardinaal Eijk: De Paus is de bron van eenheid in de hele Kerk; De bisschop is de bron van eenheid van geloof en de manier van geloven in een bisdom. Daar moet de duidelijkheid van komen: door de Paus en de bisschoppen. Wij bisschoppen leiden onze priesters, wij benoemen hen, wij zijn verantwoordelijk voor hun vorming. Dat zijn grote verantwoordelijkheden, die we ook moeten opnemen. We moeten zorg dragen voor een goede vorming van onze priesters. En ook van priesters die al gewijd zijn! We moeten hen vormingscursussen geven. Dat zijn allemaal gelegenheden die we als bisschop moeten aangrijpen om te zorgen dat we goede priesters krijgen, heldere priesters, die het Evangelie krachtig en betrouwbaar verkondigen.

Ik moet zeggen dat de huidige generatie van priesters al heel wat doet om het geloof uit te leggen – zoals ik zei is dat ook iets dat ik merk bij de kandidaten voor het vormsel, die veel beteren begrijpen wat de sacramenten inhouden dan 20 jaar geleden. En dat is al een grote stap voorwaarts.

De liturgie wordt meer en meer volgens het missaal gevierd, ook al was Nederland het centrum van experimentele liturgie. In de tweede helft van de jaren 1960 was het ultieme doel om de hele Mis te improviseren, en we waren al bezig met de liturgie te veranderen voor het Tweede Vaticaanse Concilie.

Het startte allemaal hier. Laat ons hopen dat Nederland ook een beetje het startpunt mag worden van het herstel. Ik denk dat we op goede weg zijn, maar we moeten nog zoveel doen!

 

donderdag 4 mei 2017

Kardinaal Willem Eijk: realisme en hoop voor deze tijd.


God is dood in Nederland (maar niet bij de jongeren en de volwassen bekeerlingen):

Interview op tempi.it met Kardinaal Willem Eijk


Willem Jacobus Eijk is de aartsbisschop van Utrecht en primaat van Nederland sinds 2008 en kardinaal sinds 2012. Zijn taak is niet gemakkelijk: hij is verantwoordelijk voor een Kerk die de laatste jaren sterk in aantallen is verminderd, hij heeft te maken met een meedogenloos proces van secularisatie en met veel interne polemieken die haar sterk hebben verzwakt in de laatste jaren. De Nederlandse Katholieken zijn van 5,5 miljoen in 1990 naar 4 miljoen gegaan vandaag, of van 37 naar 23 percent van de bevolkingen. Hij is arts met een thesis over euthanasie, en filosoof, en Kardinaal Eijk werd gewijd tot priester in 1985. Hij geeft een uitgebreid interview aan Tempi.

Eminentie, volgens een studie van de Verenigde Naties is Nederland het zesde gelukkigste land van de wereld. Ziet u dat ook zo? Zijn de Nederlanders vandaag gelukkig?

Veel hangt af van welke criteria die ze gebruiken om tot zo een conclusie te komen. Volgens een rapport van een officieel Nederlands instituut, het sociaal en cultureel planningsbureau, zijn twee derde van de Nederlanders pessimistisch, en denken dat het land niet in de juiste richting gaat. Dat is een algemeen verspreid gevoel dat in Nederland de laatste jaren toeneemt. Men klaagt over een verwildering van de gebruiken en normen, van de manier waarop de mensen zich gedragen. In de publieke discussie zien we vaan beledigingen, zelfs in het parlement, en men voelt een klimaat van intolerantie. Een toenemend aantal  van de bevolking vindt dat de regering te veel doet voor de immigranten en te weinig voor de autochtone bevolking. Sommigen worden getroffen door een toenemende armoede. Nederland is zeker een welvarend land. En die rijkdom is zeker een van de elementen waardoor de UNO zegt dat de Nederlanders tussen de gelukkigsten van de wereld horen. Maar niet iedereen heeft kunnen profiteren van de heropleving van de economie: de mensen die weinig onderwijs hebben gehad, kennen een toenemende armoede. Als Kerk worden we steeds meer geconfronteerd met de arme families, waarin vaak de vader en de moeder beiden werkloos blijven. De staat doet steeds minder voor die mensen, de middelen voor de sociale hulp wordt kleiner, en het resultaat is dat het aantal mensen dat niet meer rondkomt stilaan stijgt. Een deel van de bevolking wordt steeds rijker, en zij hebben het grootste aandeel van de financiële middelen, maar een ander deel wordt steeds armer, en is steeds meer geïrriteerd dat anderen wel kunnen genieten. En daardoor stijgt ook het wantrouwen van de politieke elite: een deel van de bevolking vindt dat de politiekers niets voor hen doen en dat we niets ondernemen om daaraan te doen omdat Nederland een deel van haar soevereiniteit heeft opgegeven voor de EU.

 Wat is de eigenschap van de Nederlandse gemeenschap die u het meeste aanstaat, en welke geeft u het meeste zorgen?

De Nederlanders zijn genereuze mensen, ze willen altijd de minder fortuinlijken helpen. Op dit moment wordt een grote omhaling gehouden voor de slachtoffers van de honger in Zuid Sudan; christelijke en niet-christelijke organisaties werken samen voor dit initiatief. Daarnaast zijn er dingen die me bedroefd maken: het gebrek aan geloof in onze maatschappij en het verlief van een elementair ethisch besef dat verbonden is met het geloof en met het gezonde verstand. Ik moet vaststellen dat in ons land het respect voor het menselijk leven steeds minder wordt. Een ander punt waar ik me zorgen over maak is het huwelijk: steeds minder mensen huwen, in de kerk of burgerlijk.

 

Zoals in vele andere Europese landen is het geloof en de religieuze praktijk sterk afgenomen in Nederland. Volgens de editie2016 van het onderzoek ‘God in Nederland’ is het aantal atheïsten en agnosten 60% van de bevolking, en voor het eerst overstijgt het aantal atheïsten het aantal mensen die geloven in het bestaan van een persoonlijke God. Wat is volgens u de belangrijkste factor die deze tendens heeft ingezet? Gaat het om oorzaken gelinkt aan de Kerk, zoals de liberale theologie of de pastoraal die daar uit voortkomt, of gaat het meer om de algemene druk vanuit de maatschappij die haar geseculariseerde waarden oplegt?

De meest belangrijke factor is volgens mij de cultuur. De eerste tekenen van de secularisatie in Nederland kunnen we al zien in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. In de grote steden waren er al Katholieken die niet meer naar de Kerk gingen, die hun kinderen niet meer lieten dopen. Het fenomeen werd nog intenser tijdens de tweede wereldoorlog. In oktober 1947 werd er in het klein-seminarie van het aartsbisdom Utrecht een symposium gehouden over dat probleem. Men heeft er gesproken over de problemen van de pastoraal en men voorzag daar dat een groot aantal van de gedoopten de Kerk stilzwijgend zouden verlaten in de decennia die kwamen. Ze hebben gelijk gekregen, want twintig jaar later liep de Nederlandse Katholieke Kerk in snel tempo leeg. In 1947 was al te zien dat heel wat Katholieken met de Kerk een ethisch-sociale visie gemeen hadden, maar dat ze niet geïnteresseerd waren in de waarheid van het geloof. Men had een uitgebreid netwerk van katholieke organisaties, maar het ontbrak aan een persoonlijk leven van gebed, van een eigen spiritualiteit.

Aan het eind van de jaren 40 bezocht Karol Wojtyla ons land, toen hij zijn thesis moest afleggen aan de universiteit van Leuven, aan het naburige België, en hij sprak zijn bewondering uit over de uitgebreide structuur en organisatie van onze Katholiek Kerk, maar hij vond ook een gebrek aan spiritueel leven, aan een persoonlijke band met Christus. Hij stelde vast dat de Nederlandse Kerk verenigd was in haar gevecht tegen de prostestanten, maar dat was een eenheid in het negatieve, met andere woorden zonder een persoonlijk geloof. Dat zijn allemaal factoren die de grote crisis verklaren van de Nederlandse Kerk sinds de jaren 60. De grote rijkdom die toen ontstond stelde de mens in staat om onafhankelijk te leven van de anderen, en dat heeft geleid tot een heel sterk individualisme, overdreven individualisme, dat we vandaag in ons land kennen. Het individualisme maakt tot een autoreferentiële persoon, ervan overtuigd dat hij niet alleen het recht heeft maar zelfs de plicht heeft om voor zichtzelf te bepalen wat hij doen, en zijn eigen ethische waarden. Hij zoekt geen referentiepunten bij de anderen, niet in de realiteit en de structuren die hem overstijgen, maar enkel in zichzelf. En zo een persoon is gesloten op zichzelf, niet open naar een God die de wereld overstijgt en een gemeenschap van gelovigen, wat de essentie is van de Kerk. Al die dingen hebben bijgedragen aan de zware geloofscrisis van het leven van de Katholieke Kerk vandaag.

Ook de theologen hebben die weg gevolgd, en zijn steeds liberaler geworden. Ze hebben meer leed veroorzaakt dan ze hebben geproduceerd. Edward Schillebeeckx bijvoorbeeld, die professor was van dogmatiek aan de universiteit van Nijmegen was in de jaren 50 redelijk orthodox, maar vanaf 1965 heeft hij zich getoond als een voorstander van de nieuwe theologische stromingen. De theologisch zijn meer de cultuur gevolgd, dan dat ze er invloed op hadden. Dat is het gevolg van vele factoren, die ervoor gezorgd hebben dat de catechese ontbrak in de Katholieke Kerk van de tweede helft van de vorige eeuw. Ik ben naar een wetenschappelijk lyceum van religieuzen in Amsterdam geweest, en de eerste jaren van ’65 tot ’67 heb ik een prachtige catechese gehad, over de bijbel. Men had gezegd dat we vanaf het derde jaar de sacramenten zouden bespreken, maar dat hebben ze nooit gedaan. De godsdienstleraren waren nog steeds priesters, maar we kregen discussies over Che Guevara, over thema’s van het moment, en niets meer over religie. Ik heb mijn roeping mogen ontdekken en onderhouden dankzij mijn parochiepriester van mijn geboortestad dicht bij Amsterdam. In het algemeen ontbrak het de Katholieke scholen aan catechese, en dat is vandaag nog het geval.

Doet men geen catechese in de parochies?

Vandaag doet men een voorbereiding op de eerste communie en het vormsel, mar het is zeer moeilijk om jongeren bij elkaar te brengen voor de catechese, omdat ze zoveel andere recreatieve dingen te doen hebben, elk met hun persoonlijk programma. Toen ik klein was waren er niet zoveel activiteiten, maar nu is het mogelijk om mensen bij elkaar te brengen een middag of s’avonds om hun catechese te geven. Er bestaan nog vele scholen met een Katholieke identiteit, maar omdat het grootste deel van hun afgestudeerden niet meer Katholiek is, en ook de leraren het niet zijn, of toch geen actieve gelovigen, is de Katholieke school niet meer in staat om het Katholieke geloof over te brengen zoals 50 jaar geleden.

Het rapport ‘God in Nederland’ toont dat de jongere Katholieken orthodoxer zijn dan de ouderen, wat betreft de traditionele Katholieke doctrine. Is dat juist volgens u?

Ja dat is zo, dat kan ik beamen. De oudere generatie is die die in de jaren 60 de nieuwe theologische stromingen hebben omarmd, terwijl de jongeren, die welke nog geloven, de orthodoxie niet ter discussie stellen en een intens gebedsleven hebben. Palmzondag valt in mijn bisdom samen met een pastorale activiteit voor de jongeren, en die bevat ook een uur aanbidding. Onze jongeren hebben graag de aanbidding, en het stille gebed. Tijdens dat uur bieden we ook de mogelijkheid aan om te biechten, en bijna alle jongeren doen dat ook, terwijl als je praat over de biecht met de oudere generatie zien we bijna steeds een negatieve reactie, vijandig: ‘dat doen wij niet meer’. Dat zie je niet bij de jongeren, die staan heel open voor de biecht. Het aantal Katholieken blijft maar verminderen, maar de kwaliteit wordt hoger, en dat is een teken van hoop. In een nabije toekomst zal de Kerk in Nederland maar heel klein zijn, maar met een sterk geloof, dat het gist kan zijn voor het Rijk van God in de maatschappij van morgen. Ik ben geen wanhopige aartsbisschop, maar we moeten aanvaarden dat de Katholieke Kerk in Nederlands heel klein wordt. Ik moet veel kerken sluiten, een derde van de kerken in het aartsbisdom tegen 2020 en twee derde zal sluiten tegen 2015. Ik zal nog een 20tal parochies kunnen behouden met een of twee kerken elk, terwijl er in de jaren 60 400 waren: dat is een enorme achteruitgang. Maar als de parochianen een sterk geloof hebben, diep, dat kan dat het gist zijn voor de toekomst: dat is mijn hoop voor de toekomst. En ik moet zeggen dat zelfs de ouderen tegenwoordig een geloof hebben dat sterker is dan dat van een generatie geleden. Toen ik kapelaan werd in 1985, was het grootste deel van mijn parochianen aanhangers van de beweging van 8 mei. Dat was de naam van een beweging die geboren werd in de nazog van het bezoek van Johannes Paulus II aan Nederland, met name van 8 mei 1985. Dat was een bijzonder bezoek, met veel protesten tegen de Paus:  het was het moeilijkste bezoek van Johannes Paulus II tijdens heel zijn lange pontificaat. De leden van deze beweging hielden vast aan een liberale theologie, bekritiseerden tal van punten uit de doctrine van de Katholieke Kerk, vooral dan de sexuele moraal. Op zondag zat de kerk nog vol, maar ik wist dat de meerderheid van de mensen daar de inhoud van mijn preek niet aanvaarden. Nu is dat niet meer zo, de sfeer is veel rustiger, vrediger. Het geloof verkondigen is nu gemakkelijker dan 30 jaar geleden. Niet alles is negatief, het zou dom zijn om dat te denken.

 Terwijl het aantal Katholieken in Nederland afneemt, neemt het aantal mensen dat op volwassen leeftijd wordt bekeerd toe. Wie zijn die volwassenen die willen toegelaten worden in de Katholieke Kerk?

Ze zijn zo divers als de Nederlandse maatschappij. Enkele worden Katholiek omdat ze met een Katholiek trouwen, het merendeel ontdekt het Katholicisme via vrienden, of na een belangrijk moment in hun leven. Sommigen zijn protestanten, anderen zijn nog niet gedoopt. Het zijn diverse personen, maar het merendeel worden heel actieve gelovigen met een sterk geloof.

Zijn er veel vreemdelingen onder hen, of zijn het meestal Nederlanders?

Het merendeel zijn autochtone Nederlanders. Onder de christelijke immigranten zijn er veel gedoopten, die geloven, en die het geloof leren kennen bij Nederlanders. In Nederland hebben we een miljoen moslims, maar ook 800 of 900 000 christelijke immigranten, die een hele actieve component vormen van de parochie in het westen van het land, in de grote steden zoals Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.

 Recent heeft u gezegd dat er best een document zou komen vanuit de Katholieke Kerk over de gender-theorie. Waarom zou zo een document belangrijk zijn?

Ook op dat vlak heeft Nederland op barricaden gestaan. Vanaf de jaren 80 was het een protestantse universitaire kliniek in Amsterdam die als eerste hormoon- en chirurgische behandelingen begon te geven om het biologisch geslacht te veranderen. De ziektezorg betaalde in grote mate de kosten, en dat is nog steeds zo. Door de commissies van de Verenigde Naties is er veel druk op de staten om wetgeving te starten naar de geest van de theorie van het ‘gender’, vooral voor schoolprogramma’s. Wat zegt die theorie eigenlijk in het kort? Dat in het verleden de identiteit vooral werd opgelegd door de maatschappij, vooral in relatie met het sociale leven van de vrouw, maar tegenwoordig zijn we individualisten, volwassenen, autonoom, en dus hebben we het recht en zelfs de plicht om onze sexuele identiteit zelf te scheppen. Vandaag is in Nederland deze ‘gendertheorie’ al geen punt meer waarover gedebatteerd wordt, het is als een evidentie geworden: Het geslacht valt niet meer essentieel samen de biologische sexe, maar het individu heeft de vrijheid om zijn eigen geslacht te bepalen en dus zijn biologische sexualiteit aan te passen volgens zijn wil, volgens zijn eigen idee over zijn geslacht. Voor de mensen is het moeilijk geworden om te begrijpen dat het veranderen van het geslacht onverenigbaar is met het Katholieke geloof over het huwelijk en de sexualiteit. Daarom heb ik het Magisterium in Rome gevraagd om een document over de theorie van het ‘gender’; daarom niet een encycliek, maar een document dat duidelijk laat zien wat de Kerk denk over deze theorie van het ‘gender’ op basis van de christelijke antropologische filosofie, om duidelijk te maken aan de mensen wat de wereldvisie is van de Kerk dat komt vanuit de Heilige Schrift en de Traditie, dat de biologische sexualiteit ook essentieel is voor het geslacht van het individu. Men kan onmogelijk zeggen dat het geslacht volledig los staat van de biologische seksualiteit, ook al wil men de sociale regels van het geslacht veranderen, wat nochtans in alle culturen en heel de geschiedenis vaststaat. Ik heb gevraagd om een dergelijk document omdat heel onze maatschappij de theorie van het ‘gender’ aanhangt maar zonder te begrijpen wat de consequenties zijn en welke antropologie het veronderstelt. De Paus heeft al wat gezegd over de argumenten, en hij heeft gesproken over een agressieve ideologische kolonisatie van deze ‘gender’theorie, als een oorlog op wereldschaal tegen de familie en het huwelijk, maar een specifiek document over deze theorie zou profetisch kunnen blijken.

Een ander thema is de wetgeving over euthanasie, die in Nederland al bestaat en erg permissief is. Wat denkt u bij de huidige wetgeving, en wat zullen de gevolgen zijn van hervormingen in de richting van hulp bij zelfmoord?

De situatie is ingewikkeld. Een commissie van de regering onder leiding van een lid van D66, die veel gedaan heeft voor de invoering van euthanasie in Nederland, heeft besloten dat de huidige wet goed is en dat er geen nood is tot wijziging. De commissie heeft geschreven dat er in Nederland ouderen zijn die gebruik zouden willen maken van hulp bij zelfmoord, terwijl ze geen enkele ziekte hebben, maar die van zichzelf vinden dat hun leven ‘voltooid’ is. Die mensen kunnen volgens de commissie nu reeds gebruik maken van de huidige wetgeving. Niettemin heeft het ministerie van justitie en van volksgezondheid een brief geschreven aan het parlement op 13 oktober laatstleden, met de mededeling dat ze een weg zouden willen hebben, die aansluit bij de huidige over euthanasie, voor de mensen die het leven als voltooid beschouwen. Die wet over het ‘voltooide leven’ zou aan alle mensen het recht moeten geven om te vragen voor hulp bij zelfdoding aan geautoriseerde assistenten, die medici kunnen zijn of psychologen of gespecialiseerde verpleging. De assistenten zijn competent om te oordelen of de persoon vrij en coherent hun leven voldaan vinden en hulp bij zelfdoding vragen, zonder druk van familie of belanghebbenden. Opnieuw is het de partij D66 die heft aangekondigd een wetsvoorstel in te dienen hierover, vanaf de leeftijd van 75 jaar. Dat is de nieuwe stap in de discussie over euthanasie in Nederland; Men kan niet anders dan besluiten dat met al die voorstellen er een langzame maar gevaarlijke verschuiving plaatsvind, hoewel men protesteert en ontkent, maar het valt niet te ontkennen dat er sinds de jaren 60 tot nu een steeds verdere verschuiving plaatsvindt. Men is begonnen met te praten over euthanasie voor ongeneeslijk zieken in de allerlaatste fase van het leven; dan ging het over euthanasie buiten de allerlaatste fase, dan in de jaren 90 over de toestand van psychiatrische ziekten en neurodegeneratieve aandoeningen; sinds 2004 werd het Protocol van Groningen ingevoerd voor moord op de ernstig zieke neonaten, en daar wordt dus ook voor het eerst de barrière doorbroken dat de euthanasie moet aangevraagd worden door de zieke zelf. Nu gaat het nog verder met de wil om ook hulp bij zelfmoord te introduceren voor hen die volstrekt geen ziekte hebben, maar die hun leven voltooid vinden.

 Sinds de laatste 30 jaar is Nederland een bestemming geworden van een sterke influx van migranten. Velen komen uit regio’s van de wereld waar een religieus wereldbeeld over het leven nog erg aanwezig is. Veel onder hen zijn moslims. Is het uw indruk dat deze migranten net als de Nederlanders na een tijd ook seculariseren, of geven zij een sterke religieuze identiteit door?

 Eind 2004 was er de tendens dat er ook een secularisatie plaatsvond onder de mohammedaanse migranten, maar sinds 2004 is er een duidelijke versterking van de islamitische identiteit te zien onder de migranten, vooral onder die van turkije en marocco, waarvan 95% zeggen dat ze praktiserende mohammedanen zijn. Effectief, 40% van de Nederlandse moslims bezoekt op vrijdag de moskee, een aanzienlijk percentage als je dat vergelijkt met de christenen die regelmatig een kerk bezoeken wat ligt rond de 10-15 %. De zondagspraktijk van de Katholieken ligt onder de 5%. De mohammedanen hebben een sterke religieuze identiteit, sterker dan de protestanten of de Katholieken van vandaag.

 Hoeveel soennitische moskees zijn er in Nederland? En hoeveel Katholieke parochies?

Er zijn momenteel 500 moskees, maar er worden er nog bijgebouwd. Zij bouwen moskees, wij sluiten Christelijke kerken. Het aantal Katholieke parochies is ongeveer 1500, maar daarvan zijn ook kerken niet open voor de cultus. Dat zijn kerken waarvan men nog niet weet wat ermee te doen, in afwachting van een definitieve ontwijding. Op dit ogenblik zijn er in mijn aartsbisdom een 20tal kerken te koop. Ik ben van mening dat we niet alle financiële middelen van een parochie mogen gebruiken om een kerk die niet gebruikt wordt open te houden, met dan een volgende generatie die zonder middelen zit, met lege handen: in Nederland is er geen ‘8 per mille’. De gemeenten kunnen ook een kerk op hun territorium tot monumentaal erfgoed bestempelen. En dan kan men niet meer aan de architectuur van de kerk komen, het wordt dan moeilijk om ze te verkopen omdat men de bestemming niet kan veranderen, maar de gemeenten spenderen weinig aan het onderhoud van de kerken die ze tot monumentaal erfgoed hebben gemaakt. De gemeenten binden de handen van de Kerk, maar ze doen weinig om een oplossing te vinden.

 
-------
Wat een verademing dit artikel. Natuurlijk is het geen goed nieuws dat de meerderheid van de kerken in Nederland moet sluiten. Maar het is een redelijke kijk op de realiteit. En vooral, het sluiten van kerken wordt gezien als een poging om middelen vrij te houden voor de volgende generatie en de evangelisatie. Een bron van hoop dus.
Zet daar de onredelijke houding tegenover van een kardinaal die in het Katholiek Nieuwsblad zegt dat het allemaal goed gaat en dat er geen sprake is van een ineenstorting in Vlaanderen, maar dat iedereen nog veel 'voeling' heeft met de Kerk. Dan heb je dus weinig basis voor een nieuwe start, integendeel de ineenstorting wordt er alleen maar dieper van.
Kijk nu naar onze gemeenschap in Hasselt. De Virga Jesse basiliek is prachtig gerenoveerd voor meer dan 1 miljoen euro. Ik ben blij dat het geld van de gemeenschap daarvoor wordt gebruikt, en niet voor een ander/niet-Katholiek project. Het resultaat is uiteraard magnifiek. Maar men kan niet ontkennen, dat men ook het aantal stoelen in de basiliek drastisch heeft gereduceerd, zodat we misschien toch nog eens kunnen zeggen dat ze volzit.
Tegelijk zit in dit interview een redelijke beoordeling van de catechese en het Katholiek onderwijs: het stelt allemaal weinig voor, volgens Kardinaal Eijk. Dat kan je in Vlaanderen denk ik ook wel zeggen, maar waar is de tegenbeweging vanuit de bisschoppen? De Vlaamse dialoog-school zal het probleem niet oplossen.
En dan toch ook een redelijke kijk op de immigratie en islam. De erkenning dat ze een religie vormen die bijna groter is dan de Katholieke Kerk in Nederland, en alvast veel vitaler. Tegelijkertijd ook het realisme om te erkennen dat vele autochtonen met leedwezen kijken naar de talrijker subsidies voor migranten.
Al even realistisch is de observatie dat de EU en de UNO zich inspannen om een ultra-liberale moraal op te dringen aan hun burgers, en daarbij dwang niet schuwen. Het benoemen van D66 als de partij des doods is al evenzeer een goede aansporing voor de gelovigen om daar alvast niet op te stemmen.
Kardinaal Eijk is in Nederland niet geliefd. Hij heeft ook misschien niet de meest gemakkelijke 'sociale omgang', maar hij durft wel de taak aan die hem is toevertrouwd.
Het zou een verademing zijn als we in België een bisschop zouden hebben die evenveel realisme aan de dag legt. In ieder geval is me wel duidelijk, dat ook tijdens de ineenstorting, de parochies die zoveel mogelijk trachten trouw te blijven aan de Katholieke traditie en leer, op lange termijn de plekken zijn van hoop en vernieuwing.