Aan de oorsprong van Europa staan de monniken die het Evangelie brachten, het land bewerkten, een intellectuele basis gaven voor onze streken.
Ook voor Hasselt is dat zo. Het zijn de kloosterorden die de moerassen droogtrokken en het land bewerkten, het zijn de talrijke congregaties die scholen en ziekenhuizen oprichtten.
Ook vandaag zijn de kloosters en abdijen nodig. Meer dan ooit. Met verrassende resultaten ... ook bij de aanbidding.
Zondag 3 november om 11 uur wordt in de St Quintinuskathedraal de H Mis opgedragen voor de overledenen van de Sacramentsbroederschap, en in het bijzonder voor E.H. Gerard Cosemans die dit jaar overleed.
Donderdag 7 november 2019 is er de maandelijkse aanbidding van 15 tot 16 uur in de Kathedraal.
Veel hebben uw boek gelezen of zullen het lezen in oppositie met het huidig pontificaat. Aan de andere kant is de tekst opgedragen zowel aan Paus Benedictus XVI als aan Franciscus, 'een trouwe zoon aan St Ignatius'. Waar ligt de waarheid?
Kardinaal Sarah:
De waarheid is dat velen die schrijven dat niet doen om te getuigen van de waarheid, maar om de een tegen de ander op te zetten, om te schaden aan de menselijke relaties. Ze trekken zich werkelijk niets aan van de waarheid. De waarheid is dat zij die me tegenover de Paus opzetten, niet een woord kunnen citeren, geen enkele zin of geen enkele houding die hun absurde beweringen kunnen ondersteunen, het is diabolisch. De duivel verdeelt, hij zet mensen tegen elkaar op. De waarheid is dat de Kerk op aarde wordt vertegenwoordigd door de Vicaris van Christus, het is te zeggen de Paus. En degene die tegen de Paus is is ipso facto buiten de Kerk. Ik begrip dat de menselijke samenleving - en de intellectuele wereld in het bijzonder - nood heeft aan contradictorische debatten om hun eigen posities te definiëren, alsof er geen andere andere manier is om iets te begrijpen dan een alternatief tussen 'hen' en 'wij'. Dat lijkt mee een grote vergissing, om niet te zeggen diabolisch. Maar de geschiedenis van de Kerk, met de geest van de duivel die haar wil verdelen, is een lange geschiedenis vol moeilijkheden, van devisies ook, maar ook steeds weer naar de zoektocht naar eenheid in Christus in respect voor de verschillen: Het is een geschiedenis die gebouwd is op haar geloof in een God die mens werd en die gekomen is om met ieder van ons zijn levensweg te leven en het lijden dat ermee gepaard gaat. Al de rest is niet meer dan absurde speculaties. Ik voeg eraan toe dat iedere Paus degene is die nodig is voor die periode, want de Voorzienigheid ziet goed wat er nodig is in iedere periode; weet u dat? De vraag is: wat u en ik hebben doorgekregen van onze ouders, is dat nog waardevol voor onze kinderen? En zo ja, hoe moeten we zorgen dat ze terug vat krijgen op die erfenis? Het is de waarheid van die zekerheden die we nu samen opnieuw moeten ontdekken, tegelijk met de analyse zonder gelijke van de wijsheid van Benedictus XVI, als door de grote en lichtende actie van Franciscus. Met de overduidelijke verschillen in gevoeligheden, is er ook een grote harmonie en grote continuiteit, zoals iedereen heeft kunnen vaststellen door de jaren heen. We moeten steeds de woorden van Paus Franciscus interpreteren in de 'hermeneutiek van de continuiteit'. Net zoals in de tijd tussen Johannes Paulus II en Paulus VI. De geschiedenis van de Kerk is mooi en haar reduceren tot een politiek aspect zoals de televisiespektakels graag zouden willen is een 'marketing'-operatie en niet een manier om de waarheid te zoeken.
In afwachting tot de publicatie van het boek van kardinaal Sarah, alvast dit interview uit Il Corriere della Sera:
Eminentie: U heeft uw vorige boek gewijd aan de stilte. Nu schrijft u in 'Het wordt avond, de dag loopt reeds ten einde': 'maar nu kan ik niet langer zwijgen'. Alsof er een druppels water is geweest die de emmer heeft doen overstromen. Wat heeft u bewogen om opnieuw te gaan schrijven?
Mijn reactie is niet zomaar impulsief, er is niet een plotse reden gekomen die me heeft doen schrijven. Dit boek is het resultaat van een reflectie die voor mij niet nieuw is, maar die zich over een hele tijd gevormd heeft: het is geen academische verhandeling, maar de schreeuw van een herder die de analyse maakt van zijn tijd. Ik kan dus niet langer zwijgen - maar ik durf het zeggen: we kunnen het niet - want wat ik in realiteit vaststel is heel erg: we leven in een heel erge spirituele crisis. We hebben te maken met een stilzwijgende apostasie. Dat is zo in heel de wereld, maar vindt haar oorsprong vooral in Europa. En het komt van een verwerping van God, een verwerping die zich in de geest van veel westerlingen heeft geworteld. Want tegenwoordig heeft de mens God vervangen. De Vader wordt verworpen en God wordt verworpen, want men wil niet toegeven dat men op iemand moet steunen. Iedereen wil zichzelf bepalen, in zijn leven, in de dood, in de sexualiteit, tot zelf het veranderen van de menselijke natuur, louter op basis van eigen ideeën. Dat is iets dat nog nooit is voorgekomen en iets bijzonder pervers heeft. Dat komt niet overeen met de menselijke natuur en het verlangen van de mens om steeds nieuwe ontdekkingen te doen, vooruit te gaan, ten diepe zijn intellectuele en cognitieve mogelijkheden gebruiken voor het algemeen welzijn; mogelijkheden die hij zelf ontvangen heeft als een geschenk. We gaan hier veel verder dan het overmenselijke van Nietzsche. We leven vandaag een innerlijke barbarie, niet zoals die van de Romeinen van de 4de eeuw die een uitelijke barbarie onderginnen, komende van hun vijanden. Ik nodig u uit om een boek te herlezen van de filosoof John Senior 'The Death of Christian Culture', gepubliceerd in 1978. Mijn alarmkreet is ook een kreet uit liefde voor de mens. Laat ons terugkeren tot wat we zijn, laat ons terugkeren tot de realiteit. De gecultiveerde man is een man fier om erfgenaam te zijn.
Vertaling van een artikel van First Things , door Terry Schilling.
Vrij verkrijgbaar in het publieke domein.
03-10-2019
Op zaterdag publiceerde de New York Times een ontnuchterend rapport over de recent explosie van online kinderpornografie. Volgens dit rapport werden in 2019 45 miljoen foto's en video's met kindermisbruik gerapporteerd door technologie-firma's, een enorme toename ten opzichte van enkele jaren geleden. De ordediensten worden overwelmd door het enorme aantal gevallen, en kunnen logistiek gezien niet iedere melding opvolgen. Ze staan als het ware voor een zinkende boot, en de federale agentschappen krijgen maar een emmer om het water buiten te houden - een hopeloze taak.
Een meer algemene bewustworden en rapportage over het onderwerp van pornografie is welkom. De proliferatie van sexuele misbruikbeelden, in het bijzonder van kinderpornografie, heeft recentelijk crisisniveaus bereikt, dat een robuust antwoord van politici vraagt. The Times rapporteert dat er te weinig wettelijke bronnen er zijn om de orde te handhaven. Maar hoewel het zeker een cruciaal deel is van het antwoord, zou het toch maar als het ware een kras brengen op het oppervlak van het reële probleem.
De oncomfortabele waarheid is dat de snelle groei van kinderpornografie samenhangt met de algemene culturele normalisering van online pornografie. Hoewel er weinig onderzoek is over dit onderwerp, wordt algemeen gesteld in studies dat er een relatie is tussen frequente pornografie bekijken en een escalatie naar abnormalere types. Dat lijkt ook intuïtief logisch. Net zoals een frequente druggebruiker een tolerantie voor een drug ontwikkeld, en iedere keer weer sterkere en gevaarlijkere drugs gaat zoeken, zo ook kunnen pornokijkers dezelfde weg opgaan. Spijtig genoeg is pornografie wijd verspreid en beschikbaar en minder gestigmatiseerd dan drugs, waardoor veel meer mensen kwetsbaar zijn voor de gevolgen.
De totale impact van pornografie is alarmerend. Volgens een van de meer populaire pornografie websites brengen kijkers meer dan 4,6 miljard uur door op hun site in 2016. Meer nog, studies laten zien dat grote aantallen mensen regelmatig naar pornografie kijken, inbegrepen - droef genoeg- jonge mensen, wiens hersenen nog niet volledig gevormd zijn en dus veel gevoeliger zijn aan de effecten van de psychologische stimuli. Een recente peiling toonde dat 64% van de bevraagden tussen 13 en 24 wekelijks naar pornografie kijken, terwijl een andere studie bij collegestudenten toonde dat ongeveer de helft voor het eerst pornografie had gezien voor de leeftijd van 13 jaar;
Het mag dan ook niet verrassen, dat als onze cultuur steeds meer gesexualiseerd wordt, dat steeds meer mensen naar perverse en misbruikvormen van media kijken. Als we weten hoe pornografie werkt, mag ons dat niet verbazen. Sommige van onze politieke leiders schijnen het te herkennen. Zo onderstreepte sen Josh Hawley (R.-Mo) bij tech-firma's dat ze passief kinderexploitatie toelaten, en democratische 2020 presidentskandidaat Andrew yang tweette vorige maand dat het een 'echt probleem' is dat kinderen zo gemakkelijk toegang hebben tot pornografie. Maar buiten deze twee 'outliers', spreken maar weinige leiders duidelijk over dit onderwerp. Waarom?
Veel zeggen dat we deze onderwerpen beter vermijden in politiek - soms vanuit een progressief verlangen naar meer sexuele liberalisering, maar vaak ook vanuit een libertarische bezorgdheid van te veel staatsinmenging. Daarom, wordt ons gezegd de cultuur zelf te interpelleren.
Juist, er zijn goede inspanningen om in de cultuur pornografie aan te vechten. Maar politiek staat niet los van de cultuur, niet irrelevant voor de cultuur, niet 'downstream' van cultuur. Politiek is een deel van de cultuur en geeft het vaak sturing. De wetgeving kan dienen als leraar en gids om positief gedrag aan te moedigen en negatief gedrag te ontmoedigen.
Kijk, bij voorbeeld, naar wat de Civil Rights Act deed voor racistische discriminatie in het zuiden. Niet alleen werd het onwettelijk om iemand te discrimineren op basis van ras, maar het werd ook moreel verwerpelijk in de cultuur. Vandaag wordt racisme overal beschouwd als verwerpelijk, en onwenselijk in die mate dat het lijkt dat de wetgeving rond discriminatie overbodig lijkt te worden - een theoretisch bedrijf dat zou discrimineren op basis van ras voor haar klanten, zou snel aangeklaagd worden door een verontwaardigde menigte. Zou die positieve cultuurverandering er gekomen zijn zonder de Civil Rights Act? Waarschijnlijk niet.
Vandaag promoot de wet de pornografiecultuur door haar gebrek om de bestaande obsceniteitsstatuten toe te passen, via federale subsidiëring van het Teen Pregnancy Prevention programma, dat de premature sexualisering van kinderen promoot. en via onze staatssubsidies en medewerking voor abortuscentra zoals Planned Parenthood, dat afhangt van een hypergesexualiseerde cultuur om haar businessmodel te handhaven. Zolang dat niet verandert, en we agressievere actie nemen om pronografie te reguleren en jongere kinderen beschermen om er mee in aanraking te komen, zal de pornografiecultuur nog steeds indringender worden, en daarmee gepaard de vreselijke sexuele misdaden tegen vrouwen en kinderen. Om te voorkomen dat The Times nog zo rapporten moet publiceren, is er politieke moed nodig om te ageren.
--------------
In Frankrijk houdt de politicus François Billot de Lochner zich bezig om dit enorme probleem ter sprake te brengen.