Posts tonen met het label Kardinaal Müller. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kardinaal Müller. Alle posts tonen

zaterdag 9 februari 2019

Kardinaal Muller: troost en bemoediging

Laat uw hart niet verontrust worden (Joh. 14, 1)

Met het oog op de groeiende verwarring over de geloofsleer hebben veel bisschoppen, priesters, religieuzen en leken mij gevraagd een publiek getuigenis te geven omtrent de waarheid van de openbaring. Het is de eigen taak van de herders om hen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd te leiden op de weg van het heil. Dit kan alleen maar slagen als zij deze weg kennen en hem zelf volgen. Hier zijn de woorden van de Apostel [Paulus] van toepassing: “In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen” (1 Kor. 15, 3). In onze tijd zijn veel christenen niet langer op de hoogte van de grondbeginselen van het geloof, zodat er een toenemend gevaar is dat men de weg van het heil misloopt. Het blijft echter het echte doel van de Kerk de mensheid naar Jezus Christus te leiden, het licht van de volkeren (cfr. LG 1). In deze situatie doet zich de kwestie van oriëntatie voor. Volgens Johannes Paulus II is de Catechismus van de katholieke Kerk “een veilige standaard voor de geloofsleer” (Fidei Depositum IV). Hij is geschreven om het geloof van de broeders en zusters te versterken wier geloof massief ter discussie was gesteld door de “dictatuur van het relativisme”.

1. De ene en drie-ene God die zich geopenbaard heeft in Jezus Christus
De kern van het Geloof van alle christenen vinden we in de belijdenis van de Allerheiligste Drie-eenheid. Wij zijn leerlingen geworden van de Jezus, kinderen en vrienden van God door het doopsel in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Het onderscheid tussen de drie personen in de goddelijke eenheid (CKK 254) geeft een fundamenteel verschil aan in het geloof in God en het mensbeeld dat onderscheiden is van andere godsdiensten. Godsdiensten zijn het met ons oneens juist wat betreft dit geloof in Jezus de Christus. Hij is werkelijk God en werkelijk mens (CKK 846). Daarom noemt de eerste brief van Johannes iemand die zijn godheid ontkent een antichrist (1 Joh. 2, 22), omdat Jezus Christus, de Zoon van God, van eeuwigheid één in wezen met de Vader is (CKK 663). Wij dienen ons vastbesloten en helder te verzetten tegen een terugval in oude ketterijen, die in Christus slechts een goed mens, broeder en vriend, profeet en moraalprediker zagen. Hij is eerst en vooral het Woord dat bij God was en God is, de Zoon van de Vader, die onze menselijke natuur heeft aangenomen om ons te verlossen en die zal komen om te oordelen de levenden en de doden. Hem alleen aanbidden wij in eenheid met de Vader en de Heilige Geest als de enige en ware God (CKK691).

2. De Kerk
Jezus heeft de Kerk gesticht als een levend teken en instrument van de verlossing en die Kerk is gerealiseerd in de katholieke Kerk (816). Hij gaf zijn Kerk die “voortkwam uit de zijde van Christus die stierf op het kruis” (766), een sacramentele grondstructuur die zal blijven bestaat tot het Koninkrijk is voltooid (CKK 765). Christus, het Hoofd, en de gelovigen als ledematen van het lichaam, zijn een mystieke persoon (CKK 795). Daarom is de Kerk heilig, want de ene Middelaar heeft haar zichtbare structuur ontworpen en houdt die voortdurend in stand (CKK 771). Door haar komt het verlossingswerk van Christus in tijd en ruimte tegenwoordig via de viering van de heilige sacramenten, met name in het eucharistisch Offer, de heilige Mis (CKK 1330). De Kerk geeft met het gezag van Christus de goddelijk openbaring door. En dat geldt voor alle elementen van de leer “met inbegrip van de moraalleer zonder welke de verlossende waarheden van het geloof niet bewaard, uitgelegd en in acht genomen kunnen worden”(CKK 2035).

3. De sacramentele orde
De Kerk is het universele sacrament van het heil in Jezus Christus (CKK 776). Zij reflecteert niet zichzelf maar het licht van Christus dat op haar gelaat schijnt. Maar dat gebeurt alleen als de waarheid, die in Christus geopenbaard is, het referentiepunt wordt, en niet de meningen van een meerderheid of van de tijdgeest; want Christus zelf heeft de volheid van genade en waarheid toevertrouwd aan de katholieke Kerk (CKK 819) en Hij is zelf aanwezig in de sacramenten van de Kerk.
De Kerk is geen door mensen gemaakte vereniging waarvan de structuur naar het believen van de leden wordt gekozen. Zij is van goddelijke oorsprong. “Christus zelf staat aan de oorsprong van het dienstwerk in de Kerk. Hij heeft haar gesticht, haar gezag en zending gegeven, haar koers en doel bepaald” (CKK 874). De waarschuwing van de Apostel geldt ook nog vandaag: dat iedereen vervloekt is die een andere evangelie verkondigt, “zelfs als wij het zelf zouden doen of een engel uit de hemel” (Gal. 1, 8). De bemiddeling van het geloof is onlosmakelijk verbonden met de menselijke geloofwaardigheid van haar boodschappers. Deze hebben in sommige gevallen de mensen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd, in de steek gelaten, hen in de war gebracht en hun geloof ernstig beschadigd. Hier treft het woord van de Schrift hen die niet naar de waarheid luisteren en hun eigen verlangens volgen, die hun oren strelen omdat zij de gezonde leer niet verdragen (vgl. 2 Tim. 4, 3-4).
De taak van het leergezag van de Kerk is “Gods volk te behoeden voor afwijkingen en afval” “om de garantie te bieden dat de gelovigen de objectieve mogelijkheid hebben het ware geloof te belijden zonder dwaling”(890). Dit is vooral zo met betrekking tot de zeven sacramenten. De heilige Eucharistie is “bron en hoogtepunt van het christelijk leven” (CKK 1323). Het eucharistisch Offer, waarin Christus ons opneemt in zijn kruisoffer, is gericht op de meest innige vereniging met Hem (CKK 1382). Daarom vermaant de heilige Schrift met betrekking tot het ontvangen van de heilige communie: “Al wie onwaardig eet van dit brood en onwaardig drinkt uit de beker des Heren, bezondigt zich aan het Lichaam en Bloed van de Heer” (1 Kor. 11, 27). “Iedereen die zich van zware zonde bewust is moet het sacrament van verzoening ontvangen alvorens hij te communie gaat” (CKK 1385). Vanuit de interne logica van het sacrament is het te begrijpen dat gescheiden burgerlijk hertrouwde personen, wier sacrament voor God bestaat, maar ook die christenen die niet in volledige gemeenschap zijn met het katholieke geloof en de Kerk, net als al degenen die niet de juiste gesteltenis bezitten, niet met vrucht de heilige communie kunnen ontvangen (CKK 1557), omdat het hen geen heil brengt. Mensen daarop wijzen hoort tot de geestelijke werken van barmhartigheid.
Het belijden van de zonden in de heilige biecht minstens één maar per jaar is één van de geboden van de Kerk (CKK 2042). Als de gelovigen hun zonden niet meer belijden en niet de absolutie van hun zonden krijgen, wordt het heil onmogelijk; immers Jezus Christus is mens geworden om ons van onze zonden te verlossen. De volmacht tot vergeven die de verrezen Heer aan de apostelen en hun opvolgers heeft gegeven in het dienstwerk van de bisschoppen en de priesters geldt voor doodzonden en dagelijkse zonden die we na het doopsel begaan. De huidige biechtpraktijk maakt duidelijk dat het geweten van de gelovigen niet voldoende is gevormd. Gods barmhartigheid is ons geschonken, zodat wij zijn geboden vervullen en één worden met zijn heilige wil en niet dat wij zijn oproep tot berouw uit de weg gaan (CKK 1458). “De priester zet het werk van de verlossing op aarde voort”(CKK 1589). De priesterwijding “geeft hem een gewijde volmacht” (CKK 1592), die onvervangbaar is omdat daardoor Jezus sacramenteel aanwezig komt in zijn verlossend handelen. Daarom kiest de priester vrijwillig voor het celibaat als “een teken van het nieuwe leven”(CKK 1579). Het gaat om de zelfgave in de dienst aan Christus en zijn komende koninkrijk. Wat betreft het ontvangen van de wijding in de drie graden van het dienstwerk, is de Kerk “gebonden door de keuze die de Heer zelf gemaakt heeft. Daarom is het onmogelijk vrouwen te wijden” (CKK 1577). Stellen dat deze onmogelijkheid een soort vorm van discriminatie tegen de vrouw is, laat slechts een gebrek van begrip voor dit sacrament zien, dat niet gericht is op aardse macht maar op het tegenwoordig stellen van Christus, de bruidegom van de Kerk.

4. De morele wet
Geloof en leven zijn niet te scheiden want geloof los van de werken is dood (CKK 1815). De morele wet is het werk van de goddelijke wijsheid en leidt de mens naar de beloofde zaligheid (CKK 1950). Bijgevolg is “de kennis van de goddelijke wet en de natuurwet noodzakelijk” om het goede te doen en dit doel te bereiken (CKK 1955). Het aanvaarden van deze waarheid is wezenlijk voor alle mensen van goede wil. Want hij die zonder berouw sterft in staat van doodzonde zal voor eeuwig van God gescheiden worden (CKK 1033). Dit leidt tot praktische consequenties in het leven van de christenen die tegenwoordig vaak worden veronachtzaamd (vgl. 2270-2283; 2350-2381). De morele wet is geen last, maar deel van die bevrijdende waarheid (vgl. Joh. 8, 32) waardoor de christen wandelt op de weg van het heil en die niet mag worden gerelativeerd.

5. Het eeuwig leven
Velen vragen zich tegenwoordig af waarvoor de Kerk eigenlijk nog dient, als zelfs bisschoppen liever politici zijn dan dat zij als leraren van het geloof het evangelie verkondigen. De rol van de Kerk moet niet verzwakt worden door bijzaken maar er moet aandacht worden besteed aan waar het echt om gaat in de Kerk. Ieder menselijk wezen heeft een onsterfelijke ziel, die bij de dood van het lichaam wordt gescheiden, in de hoop op de verrijzenis van de doden (CKK 366). De dood maakt de beslissing van de mens vóór of tegen God definitief. Iedereen heeft te maken met het bijzonder oordeel onmiddellijk na de dood (CKK 1021). Ofwel is er dan een zuivering nodig, ofwel gaat men direct naar de hemelse gelukzaligheid en mag men God zien van aangezicht tot aangezicht. Maar er is ook de vreselijke mogelijkheid dat iemand tegen God gekeerd blijft ten einde toe, en in de definitieve afwijzing van zijn liefde “zichzelf onmiddellijk en voor altijd verdoemt” (CKK 1022). “God heeft ons geschapen zonder ons maar Hij heeft ons niet willen verlossen zonder ons”(CKK 1847). De eeuwigheid van de straf van de hel is een vreselijke realiteit, die – naar het getuigenis van de Heilige Schrift – allen oplopen die sterven in staat van doodzonde (CKK 1035). De christen gaat door de nauwe poort, want “de poort is wijd en de weg die tot de ondergang leidt is breed, en velen bevinden zich erop”(Mt. 7, 13).
Zwijgen over deze en andere waarheden van het geloof en de mensen zo leren, is het grootste bedrog waartegen de Catechismus krachtig waarschuwt. Het is de laatste beproeving van de Kerk en leidt de mens tot godsdienstige waanideeën, “de prijs van hun afval” (CKK 675); het is het bedrog van de Antichrist. “Hij zal hen bedriegen met alle mogelijke misdadige verleiding, bestemd voor hen die verloren gaan, omdat zij zich hebben afgesloten voor de liefde tot de waarheid, die hen had kunnen redden”(2 Tess. 2, 10).

Roeping
Als werkers in de wijngaard van de Heer hebben we allemaal de verantwoordelijkheid ons deze fundamentele waarheden in herinnering te roepen door vast te houden aan wat wijzelf hebben ontvangen. Wij willen bemoedigen om de weg van Jezus Christus vastbesloten te gaan om het eeuwig leven te verkrijgen door het opvolgen van Zijn geboden (CKK 2075).
Laten we de Heer vragen dat Hij ons laat weten hoe groot de gave van het katholieke geloof is, waardoor de deur naar het eeuwig leven open gaat. “Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden ten overstaan van dit overspelig en zondig geslacht, zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij, vergezeld van de heilige engelen, komt in de heerlijkheid van zijn Vader.” (Mc. 8, 38). Daarom zijn wij vastbesloten het geloof te sterken door de waarheid te belijden die Jezus Christus zelf is.
Ook wij, en met name wij bisschoppen en priesters, worden aangesproken als Paulus, de apostel van Jezus Christus de volgende vermaning geeft aan zijn opvolger Timotheüs: “Ik bezweer u voor het aanschijn van God en van Christus Jezus die levenden en doden zal oordelen, bij zijn verschijning en bij zijn koningschap: verkondig het woord, dring aan te pas en te onpas, weerleg, berisp, bemoedig, in één woord, geef uw onderricht met groot geduld. Want er komt een tijd dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen. Zij zullen zich een menigte leraars aanschaffen naar eigen smaak, die hun naar de mond praten. En zij zullen hun oren sluiten voor de waarheid om te luisteren naar allerlei mythen. Maar gij, blijf nuchter bij dit alles, aanvaard uw lijden, doe het werk van een evangelist, wijd u geheel aan uw dienst.”(2 Tim. 4, 1-5)
Moge Maria, de Moeder van God, voor ons de genade afsmeken om onwankelbaar trouw te blijven aan de belijdenis van de waarheid omtrent Jezus Christus.
Verenigd in geloof en gebed.

Rome, 10 februari 2019
Gerhard kardinaal Müller

woensdag 31 mei 2017

Kardinaal Müller: Het is niet Katholiek dat bisschoppenconferenties Amoris Laetitia interpreteren.

In een interview met EWTN verklaart Kardinaal Müller dat het betreurenswaardig is en niet-Katholiek dat bisschoppenconferenties menen brieven te moeten schrijven om Amoris Laetitia te interpreteren.

Kardinaal Müller:
"Het is niet goed dat bisschoppenconferenties officiële interpretaties maken van een document van de Paus. Dat is niet Katholiek. Ze hebben dit document van de Paus, en ze moeten het lezen in de context van de Katholieke traditie. We hebben geen twee magisteria, een van de bisschoppen en een van de Paus. Dat is een vergissing. Een slechte vergissing. Die kwaad doet. En grote schade aanricht aan de Katholieke Kerk."


----

Konden we vorige week nog schoorvoetend blij zijn met een bisschoppenconferentie die als ze er echt toe gedwongen wordt toch zegt tegen euthanasie te zijn, dat moeten we nu toch weer teleurgesteld zijn dat ze weer de verwarring in de Kerk vergroten. De woorden van kardinaal Müller liegen er niet om.

zaterdag 30 januari 2016

Kardinaal Müller zet puntjes op de i. [update]

Artikel van Die Zeit, en ondertussen overal verkrijgbaar op het internet, zodat we ook hier een vertaling durven weergeven;

Die Zeit: Eminentie, mogen we vragen hoe u Kerstmis heeft gevierd?

Kardinaal Müller: Met Kerstmis, was ik daar, waar ik moet zijn: in de St Pietersbasiliek, aan de zijde van de Heilige Vader. Met de leden van mijn huis vier ik altijd Kerstmis met gebeden, gezangen en het lezen van het Evangelie van de Geboorte, op een manier die een Duits hart met vreugde vult.

Die Zeit: Het is een dramatisch jaar geweest voor de christenen. Wat was volgens u het belangrijkste in 2015?

Kardinaal Müller: Het belangrijkste voor de Congregatie van de Geloofsleer is altijd hetzelfde: wij moeten de Heilige Vader dienen in zijn magisteriële taak en ons bezighouden met de 'misdaden' begaan tegen het geloof of de heiligheid van de sacramenten. Wij, dat wil niet enkel zeggen de 45 medewerkers van onze drie secties (geloofsleer, discipline en huwelijkskwesties), maar ook van de 25 kardinalen en bisschoppen die er deel van uitmaken, waar nog 30 theologische consulenten moeten worden bijgeteld in Rome.

Die Zeit: Het is Paus-Emeritus Benedictus XVI die u geroepen heeft aan het hoofd van de Congregatie voor de Geloofsleer. Wat is er veranderd voor u onder paus Franciscus?

Kardinaal Müller: Mijn missie is niet veranderd. De Congregatie staat ten dienste van het universele magisterium van de Kerk, een taak die zij van de Paus krijgt, volgens de regels en de goedgekeurde statuten. Iedere paus is de opvolger van Petrus. Hij vertegenwoordigt het 'principe en het eeuwige en zichtbare fundament' van de eenheid van de Kerk in het geloof, zoals het Tweede Vaticaanse Concilie het uitdrukt. Maar zoals Jezus in Petrus een bijzondere menselijke persoonlijkheid riep, met zijn sterke punten en zwakheden, zo vervullen ook de pausen hun missie met verschillende persoonlijkheden. Het zijn geen inwisselbare functionarissen. De twee pausen waarvoor ik het werk van de Congregatie coördineer, zijn verschillende persoonlijkheden. En dat verrijkt de Kerk.

Die Zeit: Paus Franciscus heeft zich voorgenomen de Kerk te vernieuwen en in het bijzonder de Curie. Wat moet er volgens u veranderen?

Kardinaal Müller: De vernieuwing van de Kerk kan niet het particuliere project van een enkele paus zijn. Dat is immers de constante missie van iedere christen, die een authentieke leerling van Christus wil zijn, of het wordt een puur exterieure liefde voor het christianisme. Maar er zijn ook specifieke uitdagingen voor de Kerk in een bepaalde periode die de Kerk zonder ophouden moet aanpakken.

Die Zeit: Wat betekent dat voor de Curie, waarvan de paus een repertorium aan 'ziektes' heeft opgenoemd ter gelegenheid van Kerstmis 2014?

Kardinaal Müller: Wie goed geluisterd heeft, heeft gehoord dat hij zichzelf uitnodigde voor een gewetensonderzoek. De paus heeft gesproken over de spirituele verlokkingen, zoals een meester van de geestelijke oefeningen, in de traditie van de stichter van zijn orde, St Ignatius van Loyola. Geen mens moet zich berusten in zijn vooroordelen en clichés. De Curie is een instrument dat moet helpen bij het bestuur van de Kerk. Ze is niet het centrum van de Kerk. Overal waar de Eucharistie wordt gevierd, daar bevindt zich het centrum, - al was het maar in een miserabele hut in de jungle. De buitenproportionele aandacht die de media hebben voor de curie in vergelijking met die voor het Evangelie, toont aan hoe zeer een verandering van perspectief nodig is! De medewerkers van de Curie moeten vervuld worden met de geest van Petrus en hem dienen in de persoon van de pausen. Hij die, ondanks zijn eigen zwakten, kan zeggen tegen Jezus zoals Petrus: 'Ja, Heer, Gij weet dat ik U liefheb', alleen die kan de paus, de opvolger van Petrus dienen, met raad en met onderbouwde oordelen.

Die Zeit: Het proces van de romeinse hervormingen, vooral die van de financiën scoort heel de tijd grote koppen in de kranten. Laatst heeft men nog over u gesproken in het magazine Bild.

Kardinaal Müller: Dat laat me koud. Ik ben niet geroepen tot prefect van de Congregatie van de Geloofsleer om met bezig te houden met een probleem dat zo secundair is als de 'financiën van het Vaticaan', en nog minder met de seculiere instituten die niet tot de Curie behoren. Daarvoor zijn er mensen die daar veel bekwamer toe zijn als ik, en dat liever doen. Sinds 1965 is onze Congregatie bijna helemaal bevrijdt van het beheer van haar goederen, ooit omvangrijk, zodat ze zich volledig kan wijden aan haar spirituele en theologische missie.

Die Zeit: Is er echt een huiszoeking geweest in de Congregatie? En een verdachte vondst van 20 000 euro?

Kardinaal Müller: De onthullingen van onderzoeksjournalisten van de sensatiepers zijn zonder grond en dienen alleen maar om onze ware missie te ondergraven. Maar wat belangrijk is, is dat men zo graag geloof wil hechten aan iets ridicuul liever dan aan serieuze zaken. Wij hebben een boodschap van vreugde aan de mensen van goede wil, en geen boodschap van ziekelijke vreugde voor kwaadwilligen.

Die Zeit: Uw congregatie is de oudste van de Curie. Ooit was ze in heel Europa vermaard onder de naam van de 'Heilige Inquisitie'. Waarom bestaat ze nog?

Kardinaal Müller: De huidige Congregatie voor de Geloofsleer verschilt niet alleen in naam van de vroegere Romeinse Inquisitie, maar ook in haar missie. Ze bestaat onder deze vorm sinds 1965, want ook in onze dagen kan de paus de Universele Kerk niet alleen beheren en steunt hiervoor op de romeinse Kerk. Sinds de XVIe eeuw heeft het kardinalencollege, dat voorheen collectief verantwoordelijk was voor alle vragen, zich in verschillende secties gevormd. Er zijn zo vandaag tien Congregaties; een nieuwe congregatie voor het huwelijk en de familie werd onlangs gesticht. Het is zo dat in 1542, toen onze congregatie werd opgericht, de Kerk moeizame tijden doormaakte met de pausen en de hervormingsbewegingen die tegenover elkaar stonden. Over de historische Inquisitie zou het goed zijn om een kritische overweging te maken over de historiciteit van de feiten en de anti-katholieke legendes. Maar vandaag leven wij niet meer in de tijd van het confessionnalisme maar in die van het oecumenisme.

Die Zeit: U zegt dat als bewaker van de doctrine van het geloof? Wat is dat oecumenisme?

Kardinaal Müller: Het oecumenisme betekent dat christen van verschillende belijdenissen uitzoeken wat voor hen gemene grond is en samen getuigen van Jezus Christus.

Diet Zeit: Ondanks de zin uit het Credo van uw Kerk dat zegt: 'Ik geloof in de Ene Heilige Katholieke Kerk'?

Kardinaal Müller: De benaming 'katholiek' staat in alle geloofsbelijdenissen van de christenheid, ook voor de schisma's van de XVIe eeuw. Nochtans zijn het juist de grote dogmatische en liturgische verschillen die het aantonen: wij hebben een weg nodig die leidt tot grotere eenheid.

Die Zeit: Wat schiet er nog over van het begin?

Kardinaal Müller: Juist, wat men niet onmiddellijk linkt aan de namen van Galileo Galileï en Giorano Bruno. In die tijd, toen een nieuw begrijpen van de natuur beton, moest men de competentiedomeinen aflijnen van de emperische wetenschap, de filosofie en de theologie. Vandaag is ons werk een werk van theologen, ten dienste van het Magisterium, een confrontatie met de grote keerpunten in de geschiedenis van het denken.Ondanks wat de mensen in hun fantasmes allemaal associëren met het woord 'inquisitie', heeft onze congregatie een metamorfose ondergaan en is ze niet meer een tribunaal. Sinds het Tweede Vaticaanse Concilie is onze belangrijkste taak het bevorderen van de Geloofsleer, haar begrip en haar verspreiding. Daarvoor hebben we twee internationale commissies, een voor de systematische theologie en een voor de bijbelse theologie. De thema's van hun activiteiten worden doorgaans door de paus bepaalt of voorgesteld door enkele leden.

Die Zeit: U woont nu al verscheidene jaren in Rome. Voelt u er zich als Duitser thuis?

Kardinaal Müller: Duitsland blijft mijn vaderland, met haar cultuur, haar taal en geschiedenis, mijn vrienden en ouders. Ik ben hier niet gekomen om mijn passie voor reizen te voldoen of een exotische liefde voor Italië, maar omdat ik hier geroepen ben tot een bepaalde dienst. De pastorale activiteit van een priester of bisschop bevalt me overigens meer dan de studie van documenten, de redactie van teksten of de acties van het gerecht. Maar het bevalt me ook weer aan te sluiten bij het wetenschappelijke werk dat ik lang gedaan heb, toen we lang discussieerden over een bepaald punt bijvoorbeeld in de bijbelcommissie;

Die Zeit: Wat kan u in het bijzonder waarderen in de nieuwe paus?

Kardinaal Müller: Ik ben de laatste tijd steeds voorzichtiger geworden in het beantwoorden van dergelijke zeer persoonlijke vragen. Ik heb uit ervaring alles kunnen ervaren dat men hierover zou kunnen zeggen. Zijn inzet voor de armen vervult me met vreugde. Net zoals zijn onwankelbare overtuiging dat de periferie, in theologische zin, niet de rand is, maar het centrum. De hoop van de menselijkheid is Jezus Christus - niet de beurs van New-York. Het geloof, ook al is het zo klein als een mosterdzaadje, is onmetelijk groot. En we kunnen geen geld met ons meenemen, zelfs niet met de grootste tassen.

Die Zeit: U bent de vriend van een grote bevrijdingstheoloog en heeft recent een boek met hem geschreven over de armoede. Waarom?

Kardinaal Müller: Als ik een grote waardering heb voor het engagement en het werk van Gustavo Guttierez, dan is het niet om punten te scoren in de kringen van liberaal links in Duitsland. Maar omdat ik doorheen een twintigtal lange verblijven in Latijns-Amerika ik mezelf heb kunnen overtuigen dat een goed-begrepen bevrijdingstheologie een weldaad kan zijn. Toen ik kardinaal werd gecreëerd, heb ik het geluk gehad als cadeau 160 000 euro te kunnen schenken aan coöperatieve projecten daar.

Die Zeit: In Duitsland wordt u vaak voor conservatief versleten en daarop gekritiseerd. Stoort dat etiket u?

Kardinaal Müller: 'Conservatief' is een slogan die gebruikt wordt om een veronderstelde tegenstander te diskwalificeren. Ofwel wil men zich tonen als een brilliante avant-gardist, die gelooft in een lineaire progressie. Waar de Kerk zich echter mee moet bezighouden, is om getrouw het woord van de Heer door te geven en tegelijkertijd het Evangelie vandaag te verkondigen. Wij moeten antwoorden formuleren aan hen die ons vragen naar wat redelijkerwijze aan de grond ligt van onze hoop. Dat is het dynamische moment, zowel wat dialoog en missie betreft van de apostolische traditie, waarvan de inhoud ligt in de aanwezigheid van God in Zijn Woord. Het is in Hem dat onze tocht naar Waarheid en het leven haar doel vindt.

Die Zeit: de Congregatie van de Geloofsleer bepaalt, ook vandaag, wat waar en dus Katholiek is. En ze sanctioneert wat niet katholiek is, soms ook door een leeropdracht af te nemen.

Kardinaal Müller: De uitdrukking van het geloof van de Kerk bepalen komt toe aan het magisterium van de paus en de bisschoppen. Onze congregatie staan hun ter dienst. Zo beschermen we ook het geloof tegen valse leer of schismatieke bewegingen. En wij moeten onze stem verheffen tegen de interieure secularisatie van de Kerk. Jezus vraagt: 'Wie zegt gij dat Ik ben? ' En Petrus antwoordt in naam van de hele Kerk: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de Levende God'. Dat is het hart en de grondslag van ons geloof. Dat kan niet afgezwakt worden.

Die Zeit: Wat betekent 'afgezwakt' ?

Karinaal Müller: Wanneer men zegt: 'al bij al is het christianisme en verzameling van humane waarden, met wat religieuze sentimenten', dan zeg ik: 'Dat kan wel zijn! Maar dat is niet wat het christelijke geloof eigenlijk is!'

Die Zeit: maar wel?

Kardinaal Müller: Dat Jezus van Nazareth werkelijk God en werkelijk mens is, het eeuwige Woord van God, die 'ons vlees' heeft aangenomen - met al haar beperkingen, met haar sterfelijke condities. Maar Hij is ook de oorzaak van onze bevrijding van zonde en van de dood. Hij heeft de deur geopend naar het eeuwige leven. De Congregatie voor de Geloofsleer moet de interne coherentie van ons geloof bewaken. Zij garandeert als het ware, de kwaliteit van een theologie die gefundeerd is op het Katholieke geloof.

Die Zeit: Vindt u dat na twee jaar van kletterende ruzies tussen katholieke bisschoppen over het huwelijk en de familie, moeilijker dan vroeger?

Kardinaal Müller: De bisschoppensynode was moeilijk omdat wat op het spel stond was wat God ons heeft voorgeschreven in het sacrament van het huwelijk en hoe dat trouw geleefd kan worden in de gemeenschap van vandaag. Het huwelijk is een idee van God, dat hij zelf werkelijk ingeslepen heeft, doorheen de schepping en de verlossing, in de seksuele verschillen van de mens en door de genade in de relatie met God. Het huwelijk is dus niet een voorbijgestreefd sociologisch model, dat van buiten aan de mens moet worden opgelegd, laat staan met kracht opgedrongen. De daden van geloof en onze geloofsinhoud zijn met elkaar gelieerd, zoals de bestemming van de reis en de weg die er naartoe leidt met een onfeilbaar navigatiesysteem. We moeten aantonen dat het huwelijk een weg is die God heeft getekend op onze routekaarten en die ons brengt naar de perfectie van de liefde.

Die Zeit: Wat is de liefde?

Kardinaal Müller: Dat is niet simpelweg de mogelijkheid om te voldoen aan fysieke of spirituele noden, maar de de persoonlijke en totale ontmoeting van de man en de vrouw, als de hoogste vorm van realisatie naar de wil van de Schepper. De bijbel zegt van de man dat hij zijn vader en moeder zal verlaten om zich te hechten aan een vrouw. Dat is niet zomaar een sociaal systeem of een seksueel verlangen, maar een spirituele en persoonlijke verwezelijking, een totale en definitieve overgave aan een ander. Het is dat evangelie van het huwelijk dat we terug in het licht willen stellen.

Die Zeit: De vragenlijst die het Vaticaan verspreidde onder de Katholieken van de wereld kreeg als resultaat: ja, dat ideaal geldt nog steeds maar de realiteit is anders. Er zijn katholieke homosexuelen die samen willen leven, gescheidenen die ter communie willen gaan. Voelt u een zekere fierheid dat de duitstalige synodale kring na een lange bespreking, een compromis heeft gevonden?

Kardinaal Müller: Dat was geen compromis. Dat zou een valse categorie zijn, want het geloof is niet een combinatie van een aantal menselijke opvattingen over God, maar de gehoorzaamheid van heel de Kerk aan het woord van God. De essentie van het huwelijk, het "JA" kunnen zeggen tegen iemand van het andere geslacht, exclusief en voor eeuwig. In een huwelijk kan men liefde niet scheiden van lichamelijkheid, trouw van sexualiteit. Daar veranderen de gelaïciseerde christelijke conceptie niets aan. Zels al leven op een menselijk vlak de echtgenoten een gescheiden leven van tafel en bed, dan nog blijft het sacramentele huwelijk niet minder bestaan, en de drukt de grotere trouw van God uit. Dat overstijgt het puur menselijke begrip.

 Die Zeit: Paus Franciscus zegt steeds dat het centrum van het christelijke leven niet de doctrine of het dogma is, maar Jezus en Zijn barmhartigheid. Bent u het met hem eens?

Kardinaal Müller: Paus Franciscus heeft zijn eigen stijl van prediking en pastoraal, die miljoenen mensen overtuigt. Maar hij onderstreept steeds dat zijn woorden en gebaren moeten begrepen worden binnen het beleiden van het katholieke geloof. De geloofsleer is niet een theorie die door mensen is opgesteld. Hoe belangrijk de filosofie en het wetenschappelijk onderzoek ook mogen zijn voor het begrijpen van de geopenbaarde waarheid van God, is het Jezus die in Zijn persoon de meester en doctrine is van het Koninkrijk van God. De geloofsleer betekent niets anders dan het woord van God - in de uitoefening en het leven van de Kerk.

Die Zeit; Wat is de Kerk?

Kardinaal Müller: de Kerk is het huis en het volk van God, zij is het lichaam van Christus en de tempel van de Heilige Geest. Zij is dus iets heel anders dan een groepje mensen die hun idealen verpersonifiëren in hun idool. Door de Kerk, is het Christus zelf die spreekt en handelt. Op geen enkele manier bouwt de paus nieuwe antagonismes. Het geloof en het leven, onze gehechtheid aan de persoon van Jezus en de overtuiging die we zien in de realiteit van de werken van God zoals we die belijden in het Credo, dat zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Die Zeit: De paus heeft de annulatie van huwelijken verandert.

Kardinaal Müller: Er zijn altijd huwelijken geweest, gesloten volgens de riten van de Kerk die later als onbestaande zijn beschouwd, als de noodzakelijke elementen afwezig waren. De paus heeft nu met een nieuw besluit dat op 8 december [2015] in werking is getreden, de redenen tot nietigverklaren van een huwelijk meer geëxpliciteerd. Hij heeft ze aangepast aan de situaties van vandaag, zonder teniet te willen doen aan de onverbrekelijkheid van het huwelijk. Jezus heeft gezegd dat de heilwerkende wil van God de weg is die leidt naar de bestemming, zelfs als de weg moeilijk lijkt. Voor ons Katholieken, en ook voor de evangelische christenen, is het woord van God de waarheid. En over de vragen die over de waarheid gaan, daar is er geen compromis over mogelijk. Omdat wij geen partijen zijn die onderhandelen met God, maar wij luisteren naar zijn woord.

Die Zeit: Drie honderd synodevaders hebben gedebatteerd gedurende drie weken. Wat de waarheid is lijkt dus toch wel onderwerp te zijn van discussie?

Kardinaal Müller: Tijdens een synode van Katholieke bisschoppen kan de openbaring, en ook de geloofswaarheden zoals bepaald door de Kerk, niet in vraag worden gesteld. Deze synode ging over de pastorale implementering; Ik weet dat sommigen zich graag bezighouden om de een tegen de ander te willen uitspelen, met beproefde technieken, en de zwarte piet geven aan de congregatie van de Geloofsleer. De Duitsers hebben altijd een zondebok nodig, om hun anti-roomse sentimenten op te richten en de prefect is een prima mikpunt. Het is verzekerend om zelf daar al over te zijn! Maar de dogmata en de pastoraal lenen zich niet voor spelletjes van macht of intimidatie. Het gaat over de waarheid van het Evangelie en het heil van de mensen.

Die Zeit: Inderdaad, tussen u en kardinaal Kasper lijken er eerder al theologische onenigheden te zijn.

Kardinaal Müller: Kardinaal Kasper en uw dienaar zijn katholieke theologen, die vertrekken van de zelf-openbaring van God in Christus. Maar wij zijn geen politiekers die altijd een compromis zoeken en hun belangen willen vrijstellen. Als bisschoppen moeten we de waarheid verdedigen aan de mensen die op weg zijn naar hun heil. Het Geloof is geen partijprogramma, dat wordt opgesteld door mensen, dat men op ieder moment moet bijsturen naar de grillen van de kiezers



[verdere vertaling volgt]